Volgens een recente studie van Newton en kollega's
heeft ca. 30% van de CVS-patiënten last van orthostatische intolerantie
(klachten bij het langdurig staan, met name duizeligheid, flauwvallen etc.).
Orthostatische intolerantie werd in deze studie als zodanig aangemerkt als:
de hartslag in de staande houding 30 slagen of meer toenam t.o.v. de liggende houding
de hartslag in de staande houding boven de 120 hartslagen uitkwam.
De gemiddelde hartslag van
de CVS-patiëntengroep en die van de kontrolegroep in een staande positie:

Dit betekent konkreet dat een CVS-patiënt, gemiddeld gesproken,
een zwaardere inspanning moet leveren om te (blijven) staan.
Er was een duidelijk verband tussen
de mate van orthostatische intolerantie en de mate van vermoeidheid.
De onderzoeksgroep stelt voor om de orthostatische intolerantie-test
als standaardonderdeel voor de diagnose ME/CVS toe te voegen.
Het aantal CVS-patiënten met orthostatische intolerantie
ligt vermoedelijk veel hoger dan de 27% die uit deze studie naar voren komt.
De argumenten voor deze stellingname:
- De selektiekriteria sluiten veel patiënten uit.
Patiënten moesten bijvoorbeeld kunnen (mee)reizen én kunnen staan!
- De kriteria voor orthostatische intolerantie waren vrij beperkt.
Volgens Streeten, een autoriteit op dit gebied,
speelt niet alleen de, toename van de, hartslag een rol,
maar ook (wijzigingen) in de bloeddruk (klik hier).
In de studie wordt wel melding gemaakt van de bovendruk (en verschillen),
niet van de onderdruk en het verschil tusen boven- een onderdruk.
Bovendien is de hartslag-ondergrens in deze studie (120 slagen per minuut)
aanzienlijk hoger dan die door Streeten voorgesteld wordt (110).
- De duur van de test was waarschijnlijk veel te kort (2 minuten).
Uit onderzoek van Streeten uit 1992
(klik hier) is al eens gebleken
dat het probleem bij een groot deel pas na 5-10 minuten gaat spelen.
Dit "vertragingsverschijnsel" blijkt ook uit ene recentere studie
(klik hier).
Postural orthostatic tachycardia syndrome is an under-recognized condition in chronic fatigue syndrome.
QJM. 2008 Sep 19. [Epub ahead of print]
Hoad A, Spickett G, Elliott J, Newton J.
Background:
It has been suggested that postural orthostatic tachycardia syndrome (POTS)
be considered in the differential diagnosis of those with chronic fatigue syndrome/myalgic encephalomyelitis (CFS/ME).
Currently, measurement of haemodynamic response to standing is not recommended in the UK NICE CFS/ME guidelines.
Objectives:
To determine prevalence of POTS in patients with CFS/ME.
Design:
Observational cohort study.
Methods:
Fifty-nine patients with CFS/ME (Fukuda criteria) and
52 age- and sex-matched controls
underwent formal autonomic assessment in the cardiovascular laboratory
with continuous heart rate and beat-to-beat blood pressure measurement
(Task Force, CNSystems, Graz Austria).
Haemodynamic responses to standing over 2 min were measured.
POTS was defined as
symptoms of orthostatic intolerance
associated with an increase in heart rate
from the supine to upright position
* of >30 beats per minute or
* to a heart rate of >120 beats per minute on standing.
Results:
Maximum heart rate on standing
was significantly higher in the CFS/ME group
compared with controls (106 +/- 20 vs. 98 +/- 13; P = 0.02).
Of the CFS/ME group,
27% (16/59) had POTS
compared with 9% (5) in the control population (P = 0.006).
This difference was predominantly related to
the increased proportion of those in the CFS/ME group
whose heart rate increased to >120 beats per minute on standing
(P = 0.0002).
Increasing fatigue was associated with increase in heart rate
(P = 0.04; r(2) = 0.1).
Conclusion:
POTS is a frequent finding in patients with CFS/ME.
We suggest that
clinical evaluation of patients with CFS/ME
should include response to standing.
Studies are needed to determine the optimum intervention strategy
to manage POTS in those with CFS/ME.
PMID: 18805903 [PubMed - as supplied by publisher]
bron:
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18805903
Met dank aan Rob en Jan van Roijen die me op deze studie attent maakten.
|