Klassifikatie en kriteria (medische en juridische gronden!)

ME of Postviraal Vermoeidheidssyndroom is een neurologische aandoening (zie afbeelding 1): ook voor de wet!

CVS is voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een synoniem voor ME. Dit blijkt uit de index (zie afbeelding 2).

Als een bevoegd specialist vaststelt dat iemand voldoet aan de kriteria voor CVS (Fukuda 1994: figuur 3, vervangen de hardere, betere kriteria van Holmes 1988: figuur 4) dan heeft iemand ME volgens de WHO: een neurologische aandoening! Hij kan volgens die regels van die indeling dan niet ook nog een andere ziekte hebben, bijv. een psychiatrische aandoening. Omdat Nederland de indeling van de WHO geratificeerd heeft, is deze klassifikatie ook wet in Nederland. Ook voor de tussen-de-oren-maffia en verzekeringsbedrijven.

 


 

Klassifikatie

 

 

 

figuur 1 WHO International Classification of Diseases (ICD), bladzijde 423.

 

Als U bovenstaande scan niet goed kunt lezen:

 

G93

 

Other disorders of brain

G93.0

 

Cerebral cysts

 

 

Arachnoid cyst
Porencephalic cyst, acquired

 

 

Excludes:

acquired periventricular cysts of newborn
congenital cerebral cysts

G93.1

 

Anoxic brain damage, not elsewhere classified

 

 

Excludes:

complicating:
abortion or ectopic or molar pregnancy
pregnancy, labour or delivery
surgical and medical care
neonatal anoxia

G93.2

 

Benign intracranial hypertension

 

 

Excludes:

hypertensive encephalopathy

G93.3

 

Postviral fatigue syndrome

 

 

Benign myalgic encephalomyelitis

G93.4

 

Encephalopathy, unspecified

 

 

Excludes:

encephalopathy:
alcoholic
toxic

G93.5

 

Compression of brain

 

 

Compression
Herniation

}
}

of brain (stem)

 

 

Excludes:

traumatic compression of brain (diffuse)
focal

G93.6

 

Cerebral oedema

 

 

Excludes:

cerebral oedema:
due to birth injury
traumatic

G93.7

 

Reye's syndrome

 

 

Use additional external cause code (Chapter XX), if desired, to identify cause.

G93.8

 

Other specified disorders of brain

 

 

Postradiation encephalopathy

 

 

Use additional external cause code (Chapter XX), if desired, to identify cause.

G93.9

 

Disorder of brain, unspecified

           

 

 

figuur 2

 

 


Kriteria

De klassifikatie is een indeling van de ziekte, maar de indeling verder nog niets zegt over de eisen die aan de ziekte gesteld worden. Daarom zijn in de loop der tijd verschillende kriteria ontwikkeld.

De meest relevante kriteria zijn:

  • de Ramsay-definitie (de oorspronkelijk definitie van ME),

  • de CDC-kriteria van 1988 (die minder streng zijn dan de Ramsay-definitie),

  • de CDC-kriteria van 1994 (die minder streng zijn dan de CDC-1988 kriteria zijn) en

  • de Canadese richtlijnen uit 2003 (ontwikkeld voor de Canadese regering door een samenwerkingsverband van internationale experts zoals de Meirleir, Peterson, Klimas, Lerner; eigenlijk nog strenger dan de CDC-1988 kriteria, met name omdat hťt kenmerkende symptoom voor ME, verergering van de klachten na inspanning, verplicht is!)

 

Samenvatting CDC criteria 1994

Fukuda et al,

Annals of Internal Medicine, Vol. 121, December 15, 1994, pp. 953-959.

 

 

1.         Klinisch geŽvalueerde chronische vermoeidheid die onverklaarbaar is, die persisteert of recidiveert, en die nieuw is of een duidelijk begin heeft (die niet het hele leven al aanwezig is); die niet het gevolg is van voortdurende inspanning; die niet aanzienlijk vermindert door rust; en die een aanzienlijke vermindering van het vroegere activiteitenniveau op het gebied van werk, studie, sociale of persoonlijke activiteiten tot gevolg heeft; en 
2.         Het tegelijkertijd voorkomen van tenminste vier van de volgende symptomen. Deze symptomen moeten allemaal een periode van tenminste zes achtereenvolgende maanden aanhouden of gedurende deze periode steeds weer terugkeren. Ze mogen niet reeds hebben bestaan voor de vermoeidheid begon.
a) de patiŽnt geeft aan dat hij/zij een verslechtering van het korte-termijn geheugen of het concen-tratievermogen ervaart die zo ern≠stig is dat het een aanzienlijke vermindering van het vroegere activiteitennivo op het gebied van werk, studie, sociale of persoonlijke activiteiten tot gevolg heeft;
b) zere keel;
c) gevoelige cervicale of axillaire lymfeklieren;
d) spierpijn;
e) hoofdpijn die qua vorm, patroon en ernst nieuw is;
f) slaap waar de patiŽnt niet van uitrust;
g) na inspanning malaisegevoel dat meer dan 24 uur aanhoudt;
h) pijn in verschillende gewrichten zonder zwelling of roodheid 

De diagnose kan niet worden gesteld als er sprake is van:

T elke medische conditie die de moeheid zou kunnen verklaren zoals bijvoorbeeld  onbehandelde hypothyrioidie, slaap apnoe, narcolepsie en iatrogene oorzaken, zoals bijwerkingen van medicijnen; 
T sommige te diagnosticeren aandoeningen kunnen terugkomen of zijn niet geheel verdwenen na therapie. Als het voortbestaan van een derge≠lijke aandoening de chronische vermoeidheid zou kunnen verklaren en als niet duidelijk kan worden vastgesteld dat de oorspronkelijke aan≠doe≠ning is verdwenen, dan kunnen dergelijke patiŽnten de diagnose ME/CVS niet krijgen. Voorbeelden van dergelijke ziekten zijn: sommige maligne aandoeningen en chronische ziekten zoals hepatitis B of C; 
T mentale aandoeningen zoals een vitale depressie met psychotische/me≠lancholische componenten, een bipolaire stoornis, een of andere vorm van  schizofrenie/wanen/ dementie, anorexia nervosa of bulimia nervosa; 
T alcohol of drugsmisbruik in de 2 jaren voorafgaande aan de klachten; 
T ernstige obesitas (BMI > 45 kg/m2).  

 

Deze kriteria (die nu gebruikt worden) vervangen de hardere kriteria van 1988 (zie figuur 4).

 

figuur 3

 

Oorspronkelijke criteria 1988
 

G. Holmes, JE Kaplan, JE Gantz, et al.,

CFS: a working case definition, Annals of Internal Medicine, 1988; 108: pp. 387-389

Om te beantwoorden aan de CDC-definitie voor CVS volgens Holmes et al. moet voldaan zijn aan zowel de 2 majeure als 8 van de 11 mineure criteria  (8 mineure symptomen of 2 van de 3 fysieke symptomen en 6 van  de 11 mineure symptomen). De mineure criteria zijn gesplitst in symptomen en fysieke symptomen.

I Majeure criteria (2 verplicht aanwezig)

 

1.         De aanwezigheid van ernstige, invaliderende vermoeidheid die nieuw ontstaan is, waarbij deze vermoeidheid niet vermindert met bedrust en waarbij de dagelijkse activiteiten gereduceerd zijn tot 50% van de mogelijkheden van de patient voor het ontstaan van de aandoening
2.         De vermoeidheid kan niet worden verklaard door de aanwezigheid van andere medische of psychiatrische aandoeningen.

 

II Mineure symptomen

 

IIa Symptoomkriteria

 

1.         Matige koorts (37,5-38,6 C oraal gemeten) of rillingen.
2.         Keelpijn.
3. Posterieure cervicale, anterieure cervicale, of axillaire pijnlijke lymfeklieren.
4. Onverklaarbare veralgemeende spierzwakte.
5. Spierpijn.
6. Langdurige (minimum 24 uur) veralgemeende vermoeidheid volgend op een inspanning die voorheen goed werd verdragen.
7. Hoofdpijn van een nieuw type (een veranderd patroon of ernst).
8. Niet-inflammatoire, verspringende gewrichtspijn.
9. Neuropsychiatrische symptomen, fotofobie, problemen met zicht, vergeetachtigheid, overdreven irriteerbaarheid, verwardheid, moeilijkheden om te denken, concentratiemoeilijkheden, depressie. 
10. Slaapstoornissen (hypersomnie of insomnie).
11. Een acuut of subacuut ontstaan van de symptomen.

 

IIb Fysieke symptomen

Deze moeten zijn vastgesteld door een arts bij ten minste twee consultaties, met een tussenperiode van minimaal 1 maand.

 

1.         Milde koorts (37,6-38,6 C oraal of 37,8-38,8 C rectaal).
2.         Niet-exsudatieve pharyngitis.
3. Palpeerbare of pijnlijke posterieure cervicale, anterieure cervicale, of axillaire lymfekliere (<2 cm in diameter).

figuur 4

 

 

 

 

Canadese richtlijnen/Clinical Working Case Definition of ME/CFS

 

 

voor een checklist: klik hier.

 

 

1

Fatigue:

(this criterion must be met):

 

The patient must have a significant degree of new onset, unexplained, persistent, or recurrent physical and mental fatigue that substantially reduces activity level.

 

2

Post-Exertional Malaise and/or Fatigue:

(all criteria must be met)

 

There is an inappropriate loss of physical and mental stamina, rapid muscular and cognitive fati-gability, post exertional malaise and/or fatigue and/or pain and a tendency for other associated symptoms within the patient's cluster of symptoms to worsen. There is a pathologically slow recovery period usually 24 hours or longer.

 

3

Sleep Dysfunction:

(this criterion must be met):

 

There is unrefreshed sleep or sleep quantity or rhythm disturbances such as reversed or chaotic diurnal sleep rhythms.

 

4

Pain:

(this criterion must be met):

 

There is a significant degree of myalgia. Pain can be experienced in the muscles and/or joints, and is often widespread and migratory in nature. Often there are significant headaches of new type, pattern or severity.

 

5

Neurological/Cognitive Manifestations:

(two or more criteria must be met) 

 

Confusion, impairment of concentration and short-term memory consolidation, disorientation, dif-ficulty with information processing, categorizing and word retrieval, and perceptual and sensory disturbances.e.g., spatial instability and disorientation and inability to focus vision. Ataxia, muscle weakness and fasciculations are common. There may be overload phenomena: cognitive, sensory. e.g., photophobia and hypersensitivity to noise and/or emotional overload, which may lead to ĒcrashĒ 2 periods and/or anxiety.

 

6

Autonomic, Neuroendocrine and Immune Manifestations:

(at least one symptoms from two of the following categories must be met)

 

 

A

Autonomic Manifestations:

 

orthostatic intolerance neurally mediated hypotension (NMH), postural orthostatic tachycar-dia syndrome (POTS), delayed postural hypotension; light-headedness; extreme pallor; nausea and irritable bowel syndrome; urinary frequency and bladder dysfunction; palpita-tions with or without cardiac arrhythmias; exertional dyspnea. 

 

 

B

Neuroendocrine Manifestations:

 

loss of thermostatic stability. subnormal body temperature and marked diurnal fluctuation, sweating episodes, recurrent feelings of feverishness and cold extremities; intolerance of extremes of heat and cold; marked weight change. anorexia or abnormal appetite; loss of adaptability and worsening of symptoms with stress.

 

 

C

Immune Manifestations:

 

tender lymph nodes, recurrent sore throat, recurrent flu-like symptoms, general malaise, new sensitivities to food, medications and/or chemicals.

 

7

The illness persists for at least six months.

 

It usually has a distinct onset, although it may be gradual.

Preliminary diagnosis may be possible earlier. Three months is appropriate for children.

 

figuur 5

 

Voor een uitgebreide versie van de Canadese richtlijnen: klik hier

 

 

 

 

 

De Oxford-kriteria die door psychologen/psychiaters toegepast worden, zijn eigenlijk geen ME-CVS-

kriteria, maar kriteria voor chronische moeheid (klik hier of zie menu Onzin, onwil, onkunde etc.)