CDC presenteert met veel bombarie de uitkomsten van de zogenaamde C3-studie:

 

Reeves legt nadruk op "allostatic load" en de verminderde stress-response,

de twee meest relevante studies krijgen (bewust?) geen enkele aandacht...

 

 

 

 


 

 

 

Met veel tam-tam werd op 19 april 2006 de uitkomsten van de C3-studie door het CDC (voor het persbericht klik hier, voor een verslag van de perskonferentie klik hier)

en sponsor CFIDS, een CVS-vereniging, (voor hun persbericht klik hier) gepresenteerd.

 

In alle persberichten, de perskonferentie en de vele krantenverslagen leggen dr. William Reeves en dr. Suzanne Vernon de sterke nadruk op ontregelde stressresponse (HPA-as) en allostatic load (zeer vrij vertaald: de hoeveelheid fysieke, zoals verwondingen en infekties) en de mentale klappen die een mens tijdens zijn leven voor zijn kiezen krijgt).

 

Het probleem hierbij is echter dat genexpressie en klinische variabelen bepaald worden op het moment dat mensen al jarenlang ziek zijn. Aangezien genexpressie niet onveranderlijk is en bijvoorbeeld beïnvloed worden door pathogenen (infekties) die het DNA ("kookboek") van de mens wijzigen/misbruiken, zijn konklusies zeer riskant.

 

Maar wat nog erger is, de twee meest relevante studies kregen geen enkele aandacht.

 


 

Even kort, voor de mensen voor wie de berichten rond de 3-studie, allemaal nieuw is:

In 2002-2003 werd mensen met CFS-1994, chronisch vermoeide mensen (CV, niet CVS) en gezonde mensen tijdens een 2 daagse ziekenhuisopname basisgegevens verzameld.

Voor CVS en CV werden mensen met en zonder melancholische depressie als aparte subgroepen aangegeven, omdat die wellicht uitgesloten hadden moeten worden...

 

De deelnemers grafisch weergegeven:

 

 

Voor een beschrijving van de studie waarin de basisgegevens zijn verzameld: klik hier.

 

Die basisgegevens betroffen klinische gegevens (bijv. bloedduk) en de gen-expressie van 20,000 genen (gen-expressie: mate waarin een gen/eiwit, over- of "onderaktief" is)

 

De basisgegevens werden verstrekt aan vier werkgroepen die zelf mochten bepalen wel deel van de gegevens zij gebruikten en of ze bovenstaand onderscheid overnamen. Werkgroep 1 bijvoorbeeld hanteerde de "vergaarbak": chronische vermoeide mensen.

 

De vier werkgroepen waren als volgt samengesteld:

 

TEAM

ONDERZOEKER

EXPERTISE

ORGANISATIE

1

Peter D White

Medicine/psychiatry

University of London (UK)

 

Ute Vollmer-Conna

Psychology/immunology

University of New South Wales (Sydney, AUS)

 

Eric Aslakson

Physics

CDC

 

Rajeevan Mangalathu

Molecular biology

CDC

 

Sol Efroni

Computer science

NIH

 

Liran Carmel

Biostatistics

NIH

2

Elizabeth R Unger

Medicine/pathology

CDC

 

Nancy Klimas

Medicine/immunology

University of Miami (FL, USA)

 

Renee Taylor

Psychology

University of Illinois (IL, USA)

 

Richard C Craddock

Bioengineering

CDC

 

Toni Whistler

Molecular biology

CDC

 

Gordon Broderick

Chemical engineering

University of Alberta (Canada)

3

Andrew Lloyd

Medicine/infectious disease

University of New South Wales (Sydney, AUS)

 

Jennifer Fostel

Mathematics

NIH

 

Weida Tong

Computational chemistry

FDA

 

Roumiana Boneva

Medicine/cardiology

CDC

4

James F Jones

Medicine/pediatrics

CDC

 

Brian Gurbaxani

Bioinformatics

CDC

 

Elizabeth Maloney

Epidemiology

CDC

 

Ben Goertzel

Mathematics

Biomind, LLC (MD, USA)

CDC: Centers for Disease Control and Prevention;

NIH: National Institutes of Health.

 

 


 

Als resultaat van het (hoofdzakelijk statistisch) onderzoek van bovenstaande 4 werkgroepen zijn in de april-editie van het wetenschappelijke tijdschrift Pharmacogenomics.

 

 

Zoals hierboven aangegeven, werd in de presentatie bijna alleen melding gemaakt van afwijkende gen-expressie/klinische afwijkingen die betrekking hebben op psychologische faktoren (slechte stress-response/HPA-as, en "allostatic load": de lichamelijke en geestelijke klappen die iemand voor en tijdens! zijn ziekte te verduren heeft gekregen).

 

Nagenoeg geen enkele aandacht was er voor drie studies die het beeld bevestigen dat ME te maken heeft met ontregeling van het afweersysteem, "channelopathie", oxidatieve stress, ontregeling van het autonoom zenuwstelsel, resulterend in bijv., afwijkingen in de hartslag (tijdens slaap). Dit plaatje komt sterk overeen met de oplossing van de puzzel (in grote lijnen) die op deze website te vinden is (de Meirleir, Pall, Cheney etc): klik hier.

 

 


 

Korte samenvatting van twee van de meest relevante studies:

 

[STUDIE 2.2]

Identifying illness parameters in fatiguing syndromes

using classical projection methods.

Pharmacogenomics 2006; Vol. 7, No. 3, pages 407-419

G Broderick, RC Craddock, T Whistler, R Taylor, N Klimas, ER Unger.

 

 

Samenvatting enigszins aangepast n.a.v. de inhoud van het uitgebreide studierapport.

 

In deze studie werd in eerste instantie bepaald welke symptomen (de "indikatoren"), welke genen-expressie en welke klinische variabelen het "meest relevant" zijn. In het geval van bijvoorbeeld symptomen wil "meest relevant" zeggen dat de mate van ziek-zijn (statistisch) sterk samenhangt met die specifieke symptomen.

 

Daarna werd bepaald welk van de meest relevante genen en welke klinische variabelen het best de meest relevante symptomen/indikatoren "verklaren".

 

De konklusies van deze studie zijn:

  • Met slechts één indikator kunnen de [gezonde mensen] en de zieke mensen (mensen met CFS en mensen met ISF) gescheiden worden.

  •  

  • De afwijkende "genen" (genen die duidelijk meer/minder aktief zijn) die het meeste verwantschap vertonen met de "meest relevante" indikatoren, hebben voor een deel (17 van de 39) betrekking op een aantal belangrijke lichamelijke basisprocessen:

    • Cell signaling: onderlinge kommunikatie tussen cellen via eiwitten die de basisfunkties van cellen en akties t.o.v. de omgeving aansturen,
    • Ion transport: aanvoeren van en afvoeren van stoffen (zoals betreffende cel.
    • Dit speelt met name een belangrijke rol bij neuronen of zenuwcellen.

    • Afweersysteem: immuun response.
    • Oxidatieve stress: gevolgen van vrije radikalen (m.n. het SESN1-gen).

     

  • De afwijkende “meest relevante” klinische variabelen die het meest nauw verbonden zijn met de “meest relevante” indikatoren, zijn met name:
    • Afwijkingen t.o.v. de gemiddelde hartslag (tijdens de slaap),
    • Kalium(tekorten),
    • Orthostatische intolerantie (hartslag/bloeddruk in staande stand) en
    • Schildklierhormoon T4.

 

Als we kijken naar de reikwijdte en konklusie is dit de meest relevante studie:

 

Although the exact mechanism is unclear, results suggest a common link between oxidative stress, immune system dysfunction and potassiumimbalance in CFS patients leading to impaired sympathovagal balance strongly reflected in abnormal HRV.

 

Vrij vertaald:

Hoewel het mechanisme nog niet bekend is, suggereren de resultaten een verband tussen oxidatieve stress (vrije radikalen), niet goed funktioneren van het afweersysteem en verstoorde kaliumopname/–afgifte door cellen, resulterend in ontregeling van het autonoom zenuwstelsel (zenuwstelsel dat onbewust plaats vindende funkties reguleert) die sterk tot uiting komt in een abnormale “uitschieters” van de hartslag tijdens slaap.

 


 

[STUDIE 3.1]

Gene expression profile exploration of a large dataset on chronic fatigue syndrome

Pharmacogenomics 2006, Vol. 7, No. 3, Pages 429-440

H Fang, Q Xie, R Boneva, J Fostel, R Perkins, W Tong.

 

De werkgroep heeft de mensen die het minst en het meest vermoeid waren (23 mensen) en de mensen die het minste en het meest last hadden van depressies (26 mensen), dus de extremen op deze twee gebieden eruit gehaald. Omdat 10 mensen in beide groepen voorkomen, ging het om 39 mensen (minst/meest vermoeid, minst/meest depressief).

 

188 genen bleken sterk gerelateerd aan een hoge mate van vermoeidheid en 164 genen bleken nauw verbonden te zijn met een hoge mate van depressiviteit. De 24 genen die zowel met een hoge mate van vermoeidheid als een hoge mate waren depressiviteit verbonden waren, zijn gerelateerd aan 11 biologische deelsystemen , onder meer:

  • Immuun response: de reaktie van het afweersysteem,
  • Apoptosis: “zelfmoord” van beschadigde cellen (zelfopoffering!),
  • Ion channel aktiviteit: aanvoer en afvoer van stoffen (zie ook studie 2.2]),
  • Signal transduction: omzetten interne boodschappen in biologische processen,
  • Cell-cell signaling: onderlinge kommunikatie tussen cellen,
  • Regulatie van celgroei (bijvoorbeeld afremmen ongewenste celgroei) en
  • Neuronal activity: aktviteit van zenuwcellen.

 

Een belangrijke vaststelling in dit onderzoek luidt:

 

Importantly, most of the 11 common pathways are interrelated,

suggesting complex biological mechanisms associated with CFS.

 

Vrij vertaald:

Van belang is dat de 11 biologische basisprocessen onderling gerelateerd zijn,

hetgeen suggereert dat CVS gepaard gaat met komplexe biologische afwijkingen.

 

Een aantal quot;genenafwijkingen" die gevonden zijn, zijn gerelateerd aan biologische

processen die al eerder uit genen-expressie-studies naar voren kwamen, zoals

verstoring van de normale reaktie van cytokines op andere cytokines (boodschappers afweersysteem) en een verkeerde reaktie van de zenuwcellen op stoffen, bijv. GABA en glutamaat, die die neuronen kunnen prikkelen (=neuro-active ligand receptor interaction).

 

 


 

Het is te hopen dat het bestuur van de ME/CVS-vereniging haar beleid en standpunten niet baseert op de persberichten en de krantenartikelen (die een zeer klein deel van het verhaal vertellen en vele bevindingen achterwege laten), maar op een gedegen analyse van de patiëntenselektie, aanpak en resultaten.

 

Belangrijk in dit kader onder meer:

  • genen zijn niet onveranderlijk: externe faktoren beïnvloeden gen-expressies,

  • oorzaak of gevolg (bijv. verminderde stress-response als gevolg van infekties),

  • geen aandacht voor wijzigingen in gen-expressies/klinische data na inspanning!,

  • harde afbakening van "CVS" (bijv. m.b.v. klinische kriteria, zoals de Canadese diagnosekriteria) en subtypering, zoals reeds eerder voorgesteld door prof. L. Jason  (bijv. mensen met te weinig cortisol, mensen met een RNAse-L-fragmentatie) zijn essentieel om vooruitgang te kunnen boeken, konkluderen ook deze onderzoekers.

M.b.t. de ME/CVS-stichting heb ik die hoop, jammer genoeg, allang niet meer...

 


 

Ik heb de samenvatting of een volledig verslag van alle studies inmiddels gelezen en

zal binnenkort een samenvatting van alle 14 studies, alsmede algemene konklusies en kritische kanttekeningen bij de studie-aanpak/-resultaten op deze pagina "publiceren".