|
Aktueel (2006)
CVS (1994) is een doodlopende weg:
CVS (1994) IS, PER DEFINITIE, GEEN LICHAMELIJKE ZIEKTE:
EEN DUIDELIJK ONDERSCHEID TUSSEN M.E EN CVS EN
HARDE KRITERIA VOOR M.E. EN CVS ZIJN ESSENTIEEL
|
HET PROBLEEM
De voorzitter van de M.E./CVS-vereniging acht het
belang van
◊ de kriteria (klik
hier) en
◊ de “erkenning” van de ziekte door de minister van Volksgezondheid
(beter: het niet-erkennen van internationaal bindende wetgeving)
niet relevant.
Ik zal U
proberen duidelijk te maken
waarom de
definitie van de ziekte essentieel is
voor het
behartigen van de belangen van alle patiënten
die nu als
CVS-patiënt door het leven gaan.
In die
redenering zijn een aantal onvermijdbare konklusies essentieel.
1 CVS
is geen aanduiding van een ziekte.
2 CVS
is, per definitie, geen lichamelijke ziekte,
3 CVS
en een “psychische aandoening” verschillen nauwelijks van elkaar.
4 De
diagnose CVS staat herstel in een vroeg stadium van de ziekte in de weg.
5
Chronische vermoeidheid is niet kenmerkend voor de ziekte M.E..
Kortom, CVS
is een doodlopend spoor....

1 CVS (1994)
is GEEN AANDUIDING VAN EEN ZIEKTE.
Kent U nog één andere lichamelijke ziekte die
niet via een wetenschappelijke of klinische test gedefinieerd/vastgesteld wordt,
maar op
basis van de symptomen?
CVS is dé
uitzondering:
“diagnose”
vindt plaats aan de hand van de klachten die de patiënt rapporteert.
Niet op
basis van bijv. bloedonderzoek, zoals dat bij iedere andere ziekte gebeurt.
Alle
patiënten met die subjektieve klachten worden op een hoop gegooid.
Dat is net
zoiets als alle mensen met koorts op een hoop gooien
en die groep
aanduiden als koortssyndroom-patiënten.
Vervolgens
“konkludeer” je dat je dé oorzaak niet kunt vinden en
het een
heterogene groep “patiënten” betreft.
Dat kan mijn
zus vooraf ook nog bedenken…
Afsluitend:
Men kan
bijvoorbeeld Borreliose, REDD (RNase-L Enzyme Dysfunction Disorder)
of Cellular
Immune Dysfunction Disorder (CIDD) een ziekte noemen,
want die
zijn klinisch vast te stellen (in jargon: medisch objektiveerbaar),
maar CVS
niet.
2 CVS is,
per definitie,
GEEN LICHAMELIJKE ZIEKTE, maar een PSYCHISCHE AANDOENING.
Alhoewel er
ongetwijfeld veel mensen met LICHAMELIJKE klachten zijn,
die aan de
CVS-kriteria voldoen, is CVS per definitie
GEEN
LICHAMELIJKE ZIEKTE, maar een “PSYCHISCHE AANDOENING”
De diagnose
CVS sluit een lichamelijke aandoening expliciet uit.
Het chronisch vermoeidheidssyndroom is namelijk,
volgende de kriteria,
een
psychische aandoening.
Volgens de
thans veel gebruikte 1994-kriteria
“heb je
geen CVS”
als er
een lichamelijke oorzaak voor die klachten gevonden wordt.
Dit lijkt
triviaal, maar is van het grootste belang.
Belangenbehartigers begrijpen, afgaande op de feiten en argumenten,
de enorme
konsekwenties van die uitsluitingsclausule vaak niet.
Het betekent
namelijk dat
op het
moment dat de lichamelijke oorzaak gevonden wordt
(voor alle
of een deel van de CVS-patiënten),
die
patiënten van het een op het andere moment geen CVS-patiënt meer zijn.
Achteraf
moet je dus vaststellen dat die mensen al die jaren nooit CVS-patiënt waren.
Anders
geformuleerd,
zo gauw,
dankzij wetenschappelijk onderzoek,
de oorzaak
van M.E./CVS gevonden wordt,
bestaat de
ziekte (grotendeels) niet meer,
heeft de
ziekte dus achteraf volgens de regels eigenlijk nooit bestaan!
Men moet,
als men logika aanvaardt, konkluderen dat
de
1994-kriteria een verzameling psychische/psychiatrische klachten beschrijven…
3 CVS EN een
PSYCHISCHE AANDOENING zijn NAUWELIJKS TE ONDERSCHEIDEN.
Iemand die
CVS-patiënt is, voldoet vaak ook aan de eisen voor een psychische aandoening!
DOE DE TEST:
KLIK HIER
.
DE VERVELENDE KONKLUSIE LUIDT:
CVS en
het psychische SOMATISATIE kunnen NIET/NAUWELIJKS ONDERSCHEIDEN WORDEN.
Somatisatie:
de neiging
om lichamelijke ongemakken en klachten,
die niet
door pathologische bevindingen kunnen worden verklaard,
te ervaren
en te rapporteren,
ze aan een
lichamelijke aandoening toe te schrijven en
er medische
hulp voor te zoeken.
4 DE
DIAGNOSE CVS STAAT mogelijk (vroegtijdig) HERSTEL IN DE WEG.
Kent U een
andere lichamelijke ziekte
waarbij je
een wachttijd hebt van 6 maanden vooraleer je de diagnose kunt stellen?
Bedenk
daarbij ook nog dat elke medikus je zal vertellen dat een vroege diagnose
essentieel
is om adekwaat te kunnen handelen:
de
herstelkans is groter en de herstelduur is groter.
Uit
onderzoek naar “CVS” en andere ziekten staat onomstotelijk vast:
Des te
langer iemand ziek is,
des te meer
vervolgschade,
des te
kleiner de kans op volledig herstel.
5 M.E. is
iets heel anders dan CHRONISCH VERMOEIDHEIDSSYNDROOM
Vermoeidheid
, verlies van uithoudingsvermogen, etc.
als gevolg
van fysieke of geestelijke inspanning
zijn
klachten die voorkomen bij talloze chronische en progressieve ziekten.
Die “vage
klachten” onderscheiden M.E. niet van andere ziekten (zoals bijv. kanker, MS).
Bovendien
zijn ze zeer subjektief:
Vermoeidheid
was ook nooit een belangrijk diagnostisch kriterium voor M.E..
In de
klachten die M.E. onderscheiden, speelt vermoeidheid nauwelijks een rol van
betekenis.
Samengevat,
(chronische)
vermoeidheid helpen medici en patiënten geen stap verder in de diagnose CVS
(of welke
andere lichamelijke ziekte ook).
DE OPLOSSING
OK, MAAR WAT
IS DE OPLOSSING DAN, ZULT U DENKEN?
De oplossing
die dr. Byron Hyde ** schetst:
|
◊ |
EN
DUIDELIJK ONDERSCHEID TUSSEN M.E. EN CVS. |
|
◊ |
EEN
HARDE DEFINITIE VAN M.E.: |
|
|
♦ |
ALTIJD:
een duidelijk omslagpunt/begin, na en door een infektie. |
|
|
♦ |
Er zijn
twee fasen te onderkennen: de acute fase en de chronische fase. |
|
|
♦ |
ALTIJD:
objektief vast te stellen hersenschade (via SPECT etc.). |
|
|
♦ |
Meetbare
klinische diagnosekriteria. |
|
◊ |
EEN
DUIDELIJKE DEFINITIE VAN CVS: |
|
|
♦ |
Een
geleidelijk begin (dus niet na een infektie: een duidelijk omslagpunt/begin. |
|
|
♦ |
Niet-gediagnosticeerde andere lichamelijke ziekte of psychische stoornissen. |
M.E.: een
harde definitie
(en een naam
waarin geen plaats is voor “vermoeidheid”)
|
M.E. is
een ziekte die ontstaat na/door een infektie (een duidelijk begin: |
|
FASE I |
(de
eerste 3 tot 7 dagen) |
ACUTE
FASE:
DE
INFEKTIE-FASE
|
|
|
|
schattingen lopen uiteen, maar bij in 50-80% van de
gevallen ontstaat "CVS" na een infektie |
|
FASE II |
(na die
eerste 3 tot 7 dagen) |
CHRONISCHE FASE:
DE KENMERKENDE FASE
|
|
|
wijd
verspreide en meetbare ontregeling
van de
funkties van het centraal zenuwstelsel |
Als er
geen sprake is van objektief vastgestelde hersenschade
(onder meer
doorbloeding van de hersenen,
klik hier voor een illustratie),
is er, volgens de definitie van dr. Byron Hyde geen sprake van M.E..
Overigens, hoeft die hersenschade niet onomkeerbaar/permanent te zijn.
Alle klinische verschijnselen, zoals
◊ slaapstoornissen,
◊ verminderde pompfunktie van het hart,
◊ te laag bloedvolume/orthostatische intolerantie,
◊ kognitieve problemen (geheugen- en koncentratieproblemen)
◊ etc. etc.
MOETEN
objektief DOOR EEN MEDIKUS VASTGESTELD KUNNEN WORDEN
(via
metingen, bloedonderzoek etc.)
Dit is ook
het idee achter de Canadese klinische diagnosekriteria (klik hier).
CVS: een
duidelijke definitie
"CVS-1994" die niet aan de M.E.-definitie van Byron Hyde voldoet.
1
Een geleidelijke begin:
de ziekte is niet van de een op de andere dag ontstaan na een infektie.
2
CVS is een niet-gediagnostiseerde
2.a andere lichamelijke ziekte
(bijv. hartafwijking, rheuma, hormonale ziekte of erfelijke ziekte)
2.b misbruik van/verslaving aan alcohol, verdovende middelen etc.
2.c een psychische aandoening.
2.d etc.
Eigenlijk
kun je stellen dat in de redeneertrant van dr Byron Hyde
het label
CVS na een goede diagnose van alle patiënten verdwijnt!

bronnen:
Het rode boekje van dr. Byron Hyde, website Invest in ME:
http://www.investinme.org/Documents/PDFdocuments/
Byron%20Hyde%20Little%20Red%20Book%20for%20www.investinme.org.pdf
Definitie
van M.E., website Nightingale Foundation:
http://www.nightingale.ca/documents/NightingalesDefinitionofME.pdf
DE EINDKONKLUSIE
CVS (1994)
is een doodlopend spoor…
Zowel voor
M.E.- als voor CVS-patiënten is het essentieel
dat
belangengroepen, medici, wetenschappers en patiënten zelf
een
DUIDELIJKE KEUZE maken voor:
◊ een helder, eenduidig
ONDERSCHEID tussen M.E. en CVS en
◊ een heldere definitie van
M.E. op basis van eenduidige klinische kriteria
◊ een andere diagnose
voor de huidige CVS-maar-niet-M.E.-patiënten.
Gezien de
koers van de afgelopen jaren
hoeven we
van de ME/CVS Stichting als belangenbehartiger weinig te verwachten.
De vraag is
of het bestuur van de ME/CVS-Vereniging
de
argumentatie in dit verhaal en die van Byron Hyde ter harte neemt en
een
duidelijke koerswijziging zal inzetten (goed voornemen voor 2007).
Maar ik
vermoed, gezien de uitlatingen in het verleden,
dat men de
reikwijdte van de konstateringen niet goed zal inschatten…
TOT SLOT
De boven beschreven oplossing voor het M.E.-CVS-definitie-kwestie
komt sterk overeen met de oplossing die ik al
meermalen aandroeg:
1 een eenduidig onderscheid tussen
M.E. en CVS,
2 harde kriteria voor M.E. en voor
CVS die
niet uitgaan van de
klachten van de patiënt,
maar van een klinische
diagnose door een medikus.
Deze noodzakelijke oplossing konstatering,
en het feit dat ik niet van die lijn af wilde
wijken,
leidde ertoe dat ik vorig jaar niet toe wilde
treden tot
het bestuur van de M.E./CVS-vereniging (klik
hier).
Dat de voorzitter op het internet allerlei andere
drogredenen uitdraagt
voor ons inhoudelijke aanvaring, is niet
in het belang van patiënten.
Bovenstaande vaststellingen zijn niet mijn
"hersenspinsels",
maar vloeien onvermijdelijk voort uit de
1994-kriteria voor CVS.
**
Dr.
Byron Hyde is hoofdsamensteller van de klassieker
The Clinical and Scientific Basis of
Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome,
Nightingale Foundation, 1993: klik hier)
|

Samenvattingen
Journal of Chronic Fatigue
Syndrome
jaargang 14, nummer 1
|
Vandaag de samenvattingen van Journal of
Chronic Fatigue Syndrome ontvangen.
De
konklusies uit de twee, in mijn ogen, belangrijkste artikelen:
De
armen en benen van CVS-patiënten nemen aanzienlijk minder zuurstof op.
Die
lagere inspanningskapaciteit is niet/niet volledig te verklaren door
afwijkende persoonlijkheidskenmerken en een slechte konditie.
Physiological
Responses to Arm and Leg Exercise in Women Patients with Chronic Fatigue
Syndrome
Casimiro Javierre, José Alegre, José Luis Ventura, Ana García-Quintana,
Ramon Segura MD, PhD, Andrea Suarez, Alberto Morales, Agusti Comella,
Kenny De Meirleir
The persoonlijkheidsstruktuur lijkt geen
belangrijke rol te spelen bij CVS.
Personality Profile
of Patients with Chronic Fatigue Syndrome
Olivier Le Bon, Bernard Cappeliez, Daniel Neu, Luc Stulens, Guy Hoffmann,
Michel Hansenne, Luc Lambrecht, Marc Ansseau, Paul Linkowski
DE
SAMENVATTINGEN
|
 |
Journal of Chronic Fatigue Syndrome
(ISSN:
1057-3321)
Volume: 14 Issue: 1
Cover Date: 2007
Prepublication
|
CONTENTS
EDITORIAL
Elke Van Hoof, Kenny De Meirleir, Neil McGregor
ORIGINAL RESEARCH
Service Utilization, Barriers to Service Access, and Coping in Adults
with Chronic Fatigue Syndrome
Rosemary A. Underhill,
Ruth O'Gorman
Objective:
In a sample of 47 adults with CFS, we aimed to
describe patterns of service utilization, identify barriers to service
access, and explore the relationship between service utilization and
coping styles.
Method:
A questionnaire assessing service utilization
frequency and barriers to service access was administered to a sample of
47 individuals with CFS. The Illness Management Questionnaire was used to
assess relationships between coping styles and service utilization.
Results:
A Cochran's Q test of homogeneity revealed that
medical and CFS self-help services were most frequently used and
rehabilitation services were least frequently used. In terms of service
accessibility, 80.9% of participants reported at least one barrier. Lack
of financial (including insurance) resources and lack of knowledge about
service availability were the two most frequently reported. In terms of
coping styles, symptom focusing was positively associated with use of CFS
self-help services and with use of in-home services and social service
agencies. Information seeking was negatively associated with use of
in-home and social service agencies and with use of mental health
services.
Conclusion:
These findings can be used by health-care
professionals and advocacy-based organizations to develop programs focused
on mass education campaigns for health-care providers, increase knowledge
of service availability among individuals with CFS, and to understand
relationships between certain types of coping styles and service
preferences.
Keywords:
Chronic fatigue syndrome, service utilization,
access, coping
The Feasibility of
Reviewing Chronic Fatigue Syndrome Clients at a Distance:
A Teleconference
Pilot Study
Gwyneth C. Weatherburn, Amelia Goldsmith Lister, Leslie J. Findley
Objective:
There continues to be a shortage of clinical
staff specialising in the treatment of CFS (ME). In order to access
specialist care, many clients have to undertake long or difficult journeys
that may exacerbate their symptoms. This exploratory study aimed to reduce
these travel problems by the introduction of a Teleconference Review
Clinic (TRC).
Method:
A TRC was booked for six CFS clients who would
normally have face-to-face review by specialists 44 miles away.
Questionnaires were used to elicit the views of both clients being
reviewed and clinicians undertaking the review at a distance. Differences
in distances travelled by clients for conventional face to face and
telemedicine review were calculated and comments about the teleconference
made by clients and therapists were noted.
Results:
There was general satisfaction with the quality
of the pictures and sound during the reviews. Clinicians were able to
obtain all the information required to undertake all clinical assessments.
For two clients the clinical management was changed after the consultation
and for one client an issue was identified that required referral to
another clinician. For clients who lived nearer to the teleconference
hospital, the journey saved ranged between 1 mile and 85.8 miles, the mean
being 64.2 miles.
Conclusion:
This pilot study does suggest that telemedicine
in this area of medicine is logistically viable and effective, and
indicates that a larger study is needed.
Keywords: Chronic fatigue syndrome,
teleconference, review
Changes in Functional
Status in Chronic Fatigue Syndrome Over a Decade:
Do Age and Gender
Matter?
Rosalind M. Matthews, Anthony L. Komaroff
Objective:
Patients with chronic fatigue syndrome (CFS) have
substantial deficits in functional capacity, but the course of these
deficits over time has not often been studied. This study measured
functional capacity on three occasions over a decade, in patients with
CFS.
Methods:
The study was a longitudinal cohort study, and
employed the Medical Outcomes Study Short-Form 36 (SF-36) instrument to
assess physical and mental/ emotional functional status.
Results:
Physical function, as reflected in several
different scales, improved modestly but significantly over time,
particularly for patients aged 18-60 years and for women. Mental/emotional
function was not substantially impaired at the outset of the study, and
did not change over time.
Conclusion:
This study found that physical function tended to
improve for many patients over time, despite the fact that theywere aging.
Physical function did not deteriorate with time.
Keywords:
CFS, functional status, SF-36, subgroups, over
time
Physiological
Responses to Arm and Leg Exercise in Women Patients with Chronic Fatigue
Syndrome
Casimiro Javierre, José Alegre, José Luis Ventura, Ana García-Quintana,
Ramon Segura MD, PhD, Andrea Suarez, Alberto Morales, Agusti Comella,
Kenny De Meirleir
Patients affected by chronic fatigue syndrome
(CFS) characteristically show easy and unexplained fatigue after minimal
exertion that does not resolve with rest and is associated with specific
symptoms lasting for more than six months.
Cardiopulmonary exercise testing is a valid
procedure for determining functional capacity in patients with CFS. We
compare cardioventilatory adaptation to exercise between a group of
eighty-five consecutive women patients affected by CFS and a group of
fifteen healthy women extremely sedentary individuals, with the use of
maximum incremental exercise testing on a cycle ergometer and arm
ergometer, assessing possible differences.
The majority of values achieved at peak
exhaustive exercise were significantly lower in CFS patients than controls,
including the percentage of maximum oxygen uptake in arm physical test
(37.4 ± 10.0% in CFS vs. 58.9 ± 15.8% in controls) and leg physical test
(53.4 ± 15.0% in CFS patients vs. 76.2 ± 18.0% in controls).
In conclusion, the CFS group show a lower work
capacity in arm or leg exercise that would not be justified exclusively by
their personal characteristics or deconditioning.
Keywords:
Chronic Fatigue Syndrome, maximal oxygen uptake,
lactate
Personality Profile
of Patients with Chronic Fatigue Syndrome
Olivier Le Bon, Bernard Cappeliez, Daniel Neu, Luc Stulens, Guy Hoffmann,
Michel Hansenne, Luc Lambrecht, Marc Ansseau, Paul Linkowski
Personality may play a role in the predisposition,
the precipitation and/or the maintenance of the CFS.
Thirty-six consecutively examined female patients
hospitalised for a sleep workup, filledout a Temperament and Character
Inventory (TCI) questionnaire. A MANOVA compared the patients with a
control group of females matched for age. Significant scores were obtained
for dimensions such as Harm Avoidance, Reward Dependence, and
Self-Directedness.
However, the only subdimension of Harm Avoidance
that proved significantly higher in CFS than in controls was “Fatigability,”
which is likely to overlap with the core CFS symptom.
All in all, the personality structure does not
appear to play a major role in the CFS.
Keywords:
Lipids, antioxidants, therapy, dietary
supplement, fatigue, mitochondria, chronic fatigue syndrome
Body Mass Index and
Fatigue Severity in Chronic Fatigue Syndrome
Ellen A. Schur,
Carolyn Noonan, Wayne R. Smith, Jack Goldberg, Dedra Buchwald
Background:
It is uncertain how much fatigue is related to
weight in patients with chronic fatigue syndrome (CFS). Objective: To
assess the association of body mass index (BMI) and fatigue in CFS
patients.
Methods:
Consecutive patients seen in a referral-based
specialty clinic were eligible if they met CFS criteria and had completed
required measures. Fatigue measures were the vitality subscale of the
Medical Outcomes Short-Form 36 and the global fatigue index from the
Multidimensional Assessment of Fatigue.
Results:
In women, there was no relationship between BMI
and vitality subscale or global fatigue index scores (P = 0.99 and P =
0.44). For men, vitality subscale scores significantly decreased as BMI
increased (P = 0.02).
Conclusions:
In CFS patients, the prevalence of obesity was
low despite risk factors for weight gain. Fatigue severity and BMI were
unrelated in women with CFS, but this relationship may differ for men.
Keywords:
Chronic Fatigue Syndrome, fibromyalgia, fatigue,
weight
Table of
Contents/Front Matter
DOI: 10.1300
|
De onzichtbare slachtoffers
van M.E. (artikel Herald)
|
Naar aanleiding van het vernietigende
Gibson-onderzoeksrapport:
klik hier.

The invisible sufferers of ME
Alison Chiesa, 4 december
2006
http://www.theherald.co.uk/news/75851.shtml
Focus
Awakening to the sharp winter sunshine of December 6, 1986, a young
university student believed she had a future filled with potential. Apart
from a touch of flu, Ciara MacLaverty, at just 18, was confident in her
ability to realise her dreams. Perhaps she would become a writer, taking
after her father, Bernard, the Irish author who moved to Scotland in 1975
and has since held university posts in Aberdeen and Glasgow.
If not a writer, maybe a teacher, a psychologist, or a dancer. She would
then marry, she thought, and have three children.
Time passed and the intervening years brought changing governments,
scientific discoveries, and medical breakthroughs. But Ciara never
recovered from "the flu". Today, at 38, she has yet to make any of her
dreams a reality. Although unaware of its grim significance at the time,
that date in December marked the start of a war with Myalgic
Encephalomyelitis - a continuing struggle that has left Ciara largely
bed-bound for two decades.
"I'd never even heard of ME before then," she said, as she lay on the sofa
of her home in the west end of Glasgow, "But it has robbed me of what I
could have been." As the inauspicious anniversary approaches, the decision
to speak out by Ciara and her mother, Madeleine, her primary carer, is
political. It is fuelled by fury at the "gross injustice" being done to
the ME community.
"I am very ambivalent about having my life exposed," said Ciara, "but I
feel I must speak out to highlight a situation that hasn't changed in the
last 20 years. Biomedical research into our condition is still being
ignored by the medical establishment. We are being made to feel
invisible."
Her comments coincide, and have been galvanised by, the recent publication
of a new independent report, the Gibson inquiry, which calls on the
government to "invest massively" into researching a physical cause for ME.
Released by a committee of MPs, and led by Dr Ian Gibson, a Scot, the
inquiry took nearly a year to complete and found that many of the
estimated 250,000 people in the UK with ME are written off as neurotic
because a minority have been misdiagnosed.
It also concluded that the medical establishment's belief that ME is "all
in the mind" has biased research against investigating a physical cause
for the condition. Most funded research studies have been directed at
psychosocial management strategies, such as pacing energy levels and
coping with limitations.
"This is a bit like using carrot juice or exercise to treat cancer, or
talking therapy to treat Parkinson's disease," believes Ciara, who spent
the earlier years of her illness with a constant migraine-type headache,
so severe that she would bang her head against the wall above her bed in a
futile bid to relieve the pain.
Although currently slipping into a relapse phase of her fluctuating
condition, her determination not to be portrayed as a victim is firm.
She dressed, washed her hair, and put on make-up before being interviewed,
even though this exhausted her to the extent that she had to retreat to
bed for the rest of the day.
Like many sufferers, who feel their whole system is "poisoned", she finds
demeaning the popular term used to describe her condition - Chronic
Fatigue Syndrome.
Welcoming the inquiry's findings that scientific research into ME may lead
to a proper diagnostic test for the condition, she said: "It is as much
about extreme tiredness as Alzheimer's is about extreme forgetfulness. ME
should be recognised as on a par with end-stage MS or cancer."
Having renamed her condition the "Living Death Syndrome" it leaves her, at
its worst, in constant severe pain, unable to sit upright because her
brain feels like it is "slopping about in a solution" in her skull. She
has also gone through periods of being unable to see properly, chat, or
hold a knife and fork.
Her mother, Madeleine, whom Ciara admits "bears the brunt" of her battle,
has had to cut up her food for her, and even wash her hair, while she has
lain pained and exhausted.
On better days, however, she can venture out of bed for around three
hours. If she feels well enough to step outside, she must travel even
short distances by car. She also wears earplugs in public places. Her
sensitivity to noise is so extreme, that even the sound of a hand dryer
causes "wincing pain" through her skull.
No conventional coping treatment has helped. Neither has the 15,000 worth
of complementary therapies she has paid for in her desperation to lead
some semblance of a "normal" life.
"You clutch at anything," she said. "What you're really clutching at is
hope. But there must now be definitive scientific research done. I want
someone to be paid to look through a microscope."
Her mother could barely contain her frustration when asked to sum up how
she felt about seeing her daughter's potential drain away.
"I have had to watch Ciara suffer over the years and she's as ill now as
she was 20 years ago," said Madeleine. "She has missed out on so much.
I've gone beyond being sad about it. Now I'm just so angry because nothing
is being done. This does a gross injustice to ME sufferers. I've been so
frustrated I've even considered lying outside the doors of the medical
research councils in protest."
She added: "While not wishing to take away from other causes, I get angry
when thinking about how much money is put into researching something like
bird flu. Yet, here are all these people with ME
being ignored. Some are being drip-fed, others are reaching the age of 20
without ever having gone to secondary school."
Around 25,000 children are thought to have the illness in the UK.
According to the ME Association, it is the biggest cause of long-term
sickness absence in schools.
On the MPs' report, which also finds the UK is falling "way behind" other
countries on ME research, Dr Charles Shepherd, medical adviser to the ME
Association, said: "Those who have been named and shamed in this report
can no longer ignore its very powerful messages."
One of the few charities worldwide that is privately funding biomedical
research into its root causes is Perth-based ME Research UK (MERGE) which
last year uncovered biochemical abnormalities in the circulation of adult
ME patients, suggesting a persistent infection that keeps the immune
system working overtime.
Dr Neil Abbot, its director of operations, welcomed the report's assertion
that "the origins and causes of the whole ME problem will only be found
through further scientific research".
He added: "This is a vital step. It is marvellous that the inquiry has
recognised psychology cannot be the answer to the illness, and that the
'UK precedence [that] has been given to psychological research' should
cease."
Ciara believes a cure can be found in her lifetime only if policy-makers
pay heed to the report. While she waits, she is at pains to achieve
"bite-sized" pieces of past dreams. Spending time with her younger
sister's children is a great source of joy. She has also published her
first collection of poetry.
It was written largely while bed-bound, from where she could look into a
townhouse used by the medical research department of Glasgow University.
Her collection, Seats for Landing, contains a poem called Overlooked,
which she hopes best describes her "incarceration".
"I try not to think too much about the future," she said. "I live one day
at a time, appreciate the smallest things, and take nothing for granted."
http://www.ciaramaclaverty.co.uk
All rights reserved. |

Studie Meeus en Nijs:
Hypothese (onderbouwde
verklaring)
voor chronische, wijd
verspreide pijn
bij CVS- en
fibromyalgie-patiënten
|
In een recent verschenen studie geven Mira Meeus
en dr. Jo Nijs een mogelijke verklaring voor de chronische pijn in botten
en spieren bij CVS-patiënten.
De mogelijke oorzaak van pijn wordt aangeduid als
centrale sensitization:
de verhoogde gevoeligheid van neuronen (lees:
zenuwcellen) in het centraal zenuwstelsel voor pijnprikkels.
Belangrijke elementen binnen de
overgevoeligheid-voor-pijn zijn:
-
allodynia: een lagere pijndrempel, waardoor
prikkels die normaal niet tot pijn leiden, dat nu wel doen.
-
hyperalgesia: pijnprikkels leiden tot een
"overdreven", langdurige pijn.
Voor
de onderbouwing van deze (over)gevoeligheid-van-het-centraal-zenuwstelsel-theorie
worden vier mogelijke verklaringen/argumenten aangedragen:
-
de
"overdreven" pijn wordt niet verklaard door "perifere" weefselbeschadiging en het niet kunnen aanduiden van de exakte lokatie
van de pijn.
-
Infekties leiden tot de produktie van stikstofoxide. Permanente
stikstof-oxide-produktie in het zenuwstelsel kan bijdragen aan de
(over)gevoeligheid-van-het-centraal-zenuwstelsel voor normaal
onschadelijke pijnprikkels.
-
Als
gevolg van de ziekte treden vaak veranderingen in de denkprocessen
(kennis, ideeën en overtuigingen), de psyche en het gedrag van patiënten.
Deze kunnen via depressie, somatiseren, katastroferen en "bewegingsangst"
bijdragen aan instandhouding van verhoogde pijn(over)gevoeligheid.
-
Onderzoek duidt op gewijzigde hersenaktiviteit. Ook is er vaak sprake van
verminderde doorbloeding. Dit beïnvloedt mogelijk de pijnverwerking.
Wat me
niet helemaal duidelijk is, is waarom bijvoorbeeld de verklaring van
Salter van neuropathie (schade aan de glia-cellen leidt tot versterking
i.p.v. demping van de pijn:
klik hier en
hier) niet in deze hypothese meegenomen
is.
Samenvatting
Central
sensitization:
A
biopsychosocial explanation for chronic widespread pain
in
patients with Fibromyalgia and Chronic Fatigue Syndrome
Clinical Rheumatology. 2006 Nov 18; [E-publication ahead of print]
M Meeus
and J Nijs
PMID:
17115100
In
addition to the debilitating fatigue, the majority of patients with
Chronic Fatigue Syndrome (CFS) experience chronic widespread pain. These
pain complaints show the greatest overlap between CFS and Fibromyalgia
(FM).
Although
the literature provides evidence for central sensitization as cause for
the musculoskeletal pain in FM, in CFS this evidence is currently lacking,
despite the observed similarities in both diseases. The knowledge
concerning the physiological mechanism of central sensitization, the
pathophysiology and the pain processing in FM, and the knowledge of the
pathophysiology of CFS lead to the hypothesis that central sensitization
is also responsible for the sustaining pain complaints in CFS.
This
hypothesis is based on the hyperalgesia and allodynia reported in CFS, on
the elevated concentrations of nitric oxide presented in the blood of CFS
patients, on the typical personality styles seen in CFS, and on the brain
abnormalities shown on brain images. To examine the present hypothesis
more research is required.
Further
investigations could use similar protocols to those already used in
studies of pain in FM like, for example, studies of temporal summation,
spatial summation, the role of psychosocial aspects in chronic pain, etc.
|

Rapport Gibson-Inquiry
verschenen:
in de nabije toekomst minstens
evenveel
aan biomedisch onderzoek
besteden
als nu aan biopsychosociaal
onderzoek besteed wordt.
|
In Engeland
heeft het afgelopen jaar onder leiding van de parlementariër Ian Gibson een
onderzoek plaatsgevonden naar de gang van zaken rond ME/CVS.
Voor dit
onderzoek hebben vijf mondelinge hoorzittingen plaatsgevonden.
Voor een
eerdere rubriek over dit onderwerp:
klik hier.
Zojuist is het eindrapport van de Gibson-kommissie verschenen.
Voor
het volledige rapport
klik hier, voor het persbericht
klik hier.

Enkele
belangrijke konklusies van het onderzoek zijn:
-
Te lang is de stem van de patiënt genegeerd in het debat over M.E./CVS.
-
De onderzoekskommissie was erg geïnteresseerd in
niet-Engels weten-schappelijk onderzoek
naar lichamelijke afwijkingen.
Ook vraagt men zich af waarom dit "bewijs" in
Engeland genegeerd wordt! Het argument dat dit
onderzoek (meer dan 4.000 studies, FT) niet peer-reviewed is, is onjuist.
-
De kommissie is bezorgd over
de nauwe verwevenheid en mogelijke belangenvermenging van
mensen die optreden als adviseur van (partikuliere)
verzekeraars (m.n. UNUMProvident) én als belanghebbend ambtenaar.
-
De kommissie vraagt zich af
waarom er geen epidemiologische gegevens worden verzameld, zeker omdat
hierover nog zo weinig bekend is.
-
Patiënten noemen zichzelf M.E.-patiënten
en beschouwen
CVS als een naam/"aandoening" die door psychologen en
psychiaters is bedacht.
-
Patiëntenverenigingen zijn boos en gefrusteerd
over het feit dat de "biopsychociale school" de ziekte volledig
gemarginaliseerd heeft.
-
Het
is, volgens de kommissie, nog onduidelijk of CVS/M.E. één ziekte is, met
"lichte" tot "zware" gevallen, of twee verschillende ziekten zijn.
-
De
Oxford-kriteria (kriteria met een psychologische insteek, opgesteld door
de biopsychosociale school onder leiding van prof. Simon Wessely) is erg
vaag en legt grote nadruk op vermoeidheid, in plaats van op de talloze
andere symptomen van M.E./CVS. Daardoor is de kennis die in Engeland in
onderzoek vergaard is over M.E./CVS, wellicht vertroebeld.
-
Twee komissieleden waren zeer duidelijk over de
NICE richtlijnen die onlangs gepresenteerd zijn als het
"behandelingsprotokol voor M.E./CVS"
* Des Tuner
(kommissielid): "niet geschikt voor mens noch beest" en
* Ian Gibson
(voorzitter): "waardeloos".
De belangrijkste aanbevelingen die uit dit
onderzoek voortvloeien:
-
De kommissie vraagt de
overheid er op toe te zien dat de nadruk op het "biopsychosociale model"
in de toekomst gekorrigeerd wordt en meer aandacht besteed wordt aan het "biomedische
model" voor M.E./CVS.
-
De overheid besteedt momenteel 8,5 miljoen pond
!! aan behandelingscentra (gebaseerd op het biopsychosociale
model, FT). Er zou minstens evenveel geld besteed moeten worden aan
biomedisch onderzoek.
-
Een onafhankelijk
medisch/wetenschappelijk kommitee (bestaande uit virologen, immunologen,
biomedici etc.) moeten de relevantie van reeds uitgevoerd internationaal
wetenschappelijk onderzoek gaan beoordelen.
-
De Engelse overheid moet de
voortrekkersrol spelen in wetenschappelijk onderzoek naar lichamelijke
afwijkingen die bij M.E./CVS een rol spelen.
-
Er moet onderzoek gedaan
worden naar de post-virale oorzaak van M.E./ CVS en de mogelijke rol die
verschillende infekties hierbij kunnen spelen.
-
Zolang de oorzaak onbekend is, moeten de huidige
"therapieën" (CBT, GET, pacing) beschouwd worden als puur "symptomatisch"
en gericht op "het omgaan met de ziekte" (dus niet als therapie om te
genezen, FT).
-
Een patiënt moet goed/volledig
geïnformeerd worden over de "behandel-opties" (gedragstherapie/CGT,
oefentherapie/GET en pacing, FT) en de konsekwenties van die "therapieën".
Patiënten moeten zelf mogen kiezen.
Een
toekomstig parlementair onderzoek naar de dubieuze gang van zaken rond
M.E./ CVS in Nederland, bijv. de rol van de Gezondheidsraad, hoeft niet
lang te duren. Men kan de konklusies uit Engeland zo overnemen!
|

Niet geschoten is altijd mis:
brief Sophia de Hart aan
minister Hoogervorst
m.b.t. besteding
onderzoeksgelden ZonMw.
|
Via
een andere M.E.-patiënt kreeg ik een open brief aan demissionair Minister
Hoogervorst (die volgens de auteur ook op het ME-platform geplaatst is)
onder ogen.
Gezien
de gedegen feitelijke onderbouwing van haar betoog, plaats ik de brief
graag
op mijn website (met toestemming van de briefschrijfster, Sophia de Hart).
|
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport
T.a.v. Minister J.F. Hoogervorst
Postbus 20350
2500 EJ Den Haag
8 november 2006
Onderwerp:
Onderzoeksopdracht ZonMW inzake het Chronisch
Vermoeidheidssyndroom
Geachte minister Hoogervorst,
Het is nog niet te laat. U kunt nu, in deze laatste weken als minister
van Volksge-zondheid, nog een belangrijke fout rechtzetten. U vraagt
zich natuurlijk af wat u dan fout heeft gedaan en waarom. Dat zal ik u
uitleggen. Tevens zal ik u uitleggen hoe u deze fout recht kunt
zetten.
U heeft aan ZonMW de opdracht gegeven het onderzoeksgeld van het
chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) alleen te besteden aan onderzoek
naar behandeling en niet naar oorzaken. In het bijzonder kan door de
formulering van uw opdracht het geld niet besteed worden aan
biomedisch onderzoek. U maakte daarmee een grote fout. Waarom dit fout
is wil ik u duidelijk maken door onder andere een aantal stukjes te
citeren uit de laatste persconferentie van de Centers for Disease
Control and Prevention (CDC) uit de Verenigde Staten (VS) van 3
november 2006.
Deze is volledig na te lezen op
http://www.cdc.gov/od/oc/media/transcripts/t061103.htm?id=36410.
In de VS is een campagne gestart om zowel patiënten, (medische)
hulpverleners als het grote publiek in te lichten over wat CVS is. Het
doel is meer begrip te creëren en informatie over deze invaliderende
ziekte te verstrekken. De start van deze campagne was de reden van de
persconferentie.
Om aan te geven hoe ernstig deze ziekte is heb ik 2 citaten uit deze
persconferentie van de wetenschappers en 1 van de patiënt uit de
gestarte campagne hieronder vertaald weergegeven. Onderaan de brief
staat de originele Engelse tekst. Ik hoop hiermee voor u te
illustreren hoe ernstig deze aandoening is voor een groot aantal van
de patiënten.
Dr. Klimas (Professor of Medicine, University of Miami) stelt:
“Er is bewijs dat patiënten met deze ziekte
net zo geïnvalideerd raken van deze ziekte als patiënten met AIDS in
een laat stadium, patiënten die chemotherapie ondergaan en patiënten
met multiple sclerosis.” 1
En Dr. Reeves (Chief, Chronic Viral Diseases Branch, Centers for
Disease Control and Prevention) zegt:
“We hebben, net als anderen, gedocumenteerd
dat het niveau van functionele beperkingen in mensen die leiden aan
CVS vergelijkbaar is met multiple scleroris, AIDS, het eindstadium van
nierfalen en COPD.”2
De patiënt in het spotje voor radio en televisie, dat tijdens de
persconferentie uitgezonden is:
"Het ergste is niet dat ik iedere morgen
uitgeput wakker wordt, of dat mijn benen als lood aanvoelen, of dat
mijn geheugen me in de steek laat of dat iedere spier in mijn lichaam
schreeuwt. Het ergste is niet eens dat iedereen denkt dat het tussen
mijn oren zit. Het ergste van het chronisch vermoeidheidssyndroom is
dat ik hierdoor mijn even moet missen." 3
De ernst van deze ziekte heb ik hiermee denk ik wel duidelijk gemaakt.
Ik ga daarom verder waarom uw beslissing om geen geld te besteden aan
biomedisch onderzoek onjuist is.
U ging er bij uw beslissing van uit dat er weinig bewijs voor een
biomedische oorzaak is en dat er ook weinig kans is dat deze gevonden
wordt. U wilt daarom het geld naar dat soort onderzoek als het ware
niet verspillen. Helaas leidt deze visie er juist toe dat het geld
verspild wordt.
Dit is wat Dr. Komaroff (Harvard Medical School) hierover zegt:
“Het goede nieuws is dat er op dit moment
ruim 4.000 gepubliceerde studies zijn die de onderliggende biologische
afwijkingen laten zien bij patiënten met deze ziekte. Het is geen
ziekte waarvan mensen eenvoudig weg alleen maar kunnen den-ken dat ze
hem hebben en het is ook geen psychologische ziekte. In mijn opinie
moet dat debat, die de afgelopen 20 jaar heeft voortgeduurd eindelijk
eens afgelopen zijn.” 4
U denkt waarschijnlijk, waarom is DE oorzaak dan nog niet gevonden als
er zoveel publicaties zijn. Ook dit legt Dr. Komaroff uit:
“Het is zeer moeilijk om hersenafwijkingen te
onderzoeken gedurende het leven van de patiënt. Invasieve technieken
zoals hersenbiopsies mogen alleen worden toe-gepast bij mensen met
levensbedreigende ziekten. Maar gedurende de laatste 20 jaar zijn de
mogelijkheden gegroeid om via niet invasieve technieken naar de
her-senen te kijken en daar is het volgende al uit gebleken.
Allereerst hersenhormonen. (…) Er zijn veel studies te vinden waaruit
blijkt dat het hormonale systeem bij mensen met het chronisch
vermoeidheidssyndroom anders is dan dat van gezonde personen, personen
met depressie en andere ziekten. Hersen-imaging-studies, in het
bijzonder MRI, oftewel magnetic resonance imaging, scans en nucleaire
scans van diverse typen hebben ontstekingen, vermindere
bloeddoorstroming en aangetast cellulair functioneren in diverse
locaties van de hersenen laten zien. (….)” 5
Daarnaast vertelt Dr. Komaroff dat ook op andere gebieden, het
autonome zenuw-stelsel, bloedruk, hartslag, immuunsysteem,
genexpressie en energie stofwisseling afwijkingen gevonden zijn die de
klachten en beperkingen gedeeltelijk kunnen verklaren. De Engelse
tekst waarin u dit kunt vinden staan onderaan deze brief. 6
U zult zich terecht afvragen “en wat dan met cognitieve
gedragstherapie (CGT) waar het in het rapport van de Gezondheidsraad
over ging. Daarmee kon je het toch genezen?” Dat cognitieve
gedragstherapie in bepaalde gevallen leidt tot verbering, dat heeft u
in het rapport van de Gezondheidsraad kunnen lezen. Dit betekent
echter absoluut niet dat patiënten volledig genezen van deze therapie
en zeker niet dat dit voor alle patiënten geld.
Voor de CGT-trials was het hier in Nederland
nodig dat mensen zelf konden reizen naar het centrum waar de
behandeling werd uitgevoerd. Dan zorg je eigenlijk ervoor, dat de
patiënten die het ergst zijn aangedaan door de ziekte, niet aan het
onderzoek kunnen meedoen. Er is nu echter ook een Nederlandse studie
in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde gepubliceerd waaruit
blijkt dat wanneer Cognitieve gedragstherapie ingezet wordt tijdens de
klinische opname, bijna 10 procent van de patiënten er op achteruit
gaat. 7 Oftewel, wat patiëntenorganisaties al vaker hebben gezegd het
toepassen van CGT is niet geheel zonder risico’s bovendien helpt het
maar bij een klein deel van de patiënten.
Dr. Klimas stelt het volgende over de nu bekende werkzame
behandelingen:
“De huidige ‘best practices’ voor klinische
zorg omvatten symptoom management, coping vaardigheden en verbetering
van coping strategieën, bewegingsmanagement, bewegingstherapie en
artsen kunnen pijn, slaapproblemen en ernstige vermoeidheid die
gepaard gaan met deze vermoeidheid en erg invaliderend is verbeteren.
8
Dr. Reeves stelt in de persconferentie het
volgende, wat ook van groot belang is voor (onderzoek naar) de
behandeling:
“Door het voortschrijdend inzicht in het
concept moleculaire profilering wordt het mogelijk om te bepalen welke
patiënten het best reageren op bepaalde vormen van behandeling en hoe
preventiestrategieën geïmplementeerd kunnen worden.” 9
Het is dan toch zonde om het geld te besteden aan één vorm van
behandeling, zonder daarbij op biomedisch gebied onderzoek te doen
welke patiënten er beter op reageren. Juist als u weet wie wel en wie
niet op een bepaalde behandeling zal reageren bespaart u op den duur
geld, en voorkomt u dat patiënten onnodig achter-uitgaan door
behandelingen die biomedisch gezien niet geschikt zijn voor hen.
De VS trekt 4 miljoen dollar uit voor onderzoek dat tot meer inzicht
moet leiden in het functioneren van de hersenen en hoe deze relatie
met CVS is. 10
Ook Nederland zou in dit onderzoeksveld een
rol van betekenis kunnen spelen. Er hebben bij mijn weten op dit
moment 2 Nederlandse gepubliceerde studies op dit gebied
plaatsgevonden. Een MRI studie die laat zien dat er minder grijze stof
is bij CVS patiënten 11 en een fMRI studie die eveneens afwijkingen
laat zien.12
Ik vraag u daarom, breek de opdracht die u aan ZonMW heeft gegeven
open. Het is nog niet te laat, het geld is nog niet verdeeld! Stel een
nieuwe deadline in waarin ook onderzoeksvoorstellen kunnen worden
ingediend om deze biomedische oorza-ken te onderzoeken. U wil toch
niet dat Nederland door deze foute beslissing achterloopt bij de rest
van de wereld? U wilt deze 1.9 miljoen euro toch niet ver-keerd
besteden? En het allerbelangrijkst, u wilt de patiënten toch niet
werkelijk in de kou laten staan? Het is nog niet te laat. U heeft nog
een paar weken tijd om uw fout recht te zetten.
Bovendien zou het daarnaast een goed idee zijn om uw opvolger te
vragen onder-zoek te doen naar het nut en de kosten van een campagne
tot beter begrip van CVS in Nederland, mogelijk in samenwerking met de
patiëntenorganisaties. Ook in Nederland zijn veel vooroordelen, zoals
ook de folder die de patiëntenorganisaties hebben uitgebracht heeft
laten zien. 13
Dit zou door een dergelijke campagne mogelijk
kunnen verbeteren. Juist omdat door uw opmerkingen naar aanleiding van
het rapport van de Gezondheidsraad een aantal van deze vooroordelen,
naar ik aanneem onbedoeld, aangewakkerd zijn.
Ik hoop u met deze open brief te bereiken en ik hoop dat u hier niet
alleen antwoord op geeft maar ook actie onderneemt. Het is nog niet te
laat!
Hoogachtend,
Sophia de Hart
REFERENTIES
1. Citaat
afkomstig uit de persconferentie van het CDC.
Letterlijke tekst:
“And there's evidence that
the patients with this illness experience a level of disability that's
equal to that of patients with late-stage AIDS, patients undergoing
chemotherapy, patients with multiple sclerosis.”
2. Citaat
afkomstig uit de persconferentie van het CDC.
Letterlijke tekst:
“We've documented, as have others, that the level
of functional impairment in people who suffer from CFS is comparable
to multiple sclerosis, AIDS, end-stage renal failure, chronic
obstructive pulmonary disease.”
3. Citaat
afkomstig uit de persconferentie van het CDC.
Letterlijke tekst:
“The worst part isn't always waking up exhausted, with legs that feel
like lead, or that my memory's shot and every muscle in my body is
screaming. The worst part isn't even that everyone thinks the
problem's in my head. The worst part of chronic fatigue syndrome is
missing my life.”
4. Citaat
afkomstig uit de persconferentie van het CDC.
Letterlijke tekst:
“But the good news is that there are now over 4,000 published studies
that show underlying biological abnormalities in patients with this
illness. It's not an illness that people can simply imagine that they
have and it's not a psychological illness.
In my view, that debate, which was waged for 20 years, should now be
over.”
5. Citaat
afkomstig uit de persconferentie van het CDC. Letterlijke tekst:
“First, abnormalities of the brain. It's hard to
study the brain in the living human being. Invasive techniques like a
brain biopsy are reserved only for people with life-threatening
illnesses. But over the last 20 years, the number of non-invasive
techniques to look at the brain has grown enormously and here's what
we're learning. First, brain hormones. The brain has hormones produced
in two major centers: the hypothalamus, pituitary gland. And a whole
bunch of studies show that that hormone system is different in
patients with chronic fatigue syndrome than in healthy people, people
with depression and other illnesses. Brain imaging studies,
particularly MRI, or magnetic resonance imaging, scans and nuclear
scans of various types, have shown inflammation, reduced blood flow
and impaired cellular function in different locations of the brain.”
6. Informatie
afkomstig uit de persconferentie van het CDC.
Letterlijke tekst:
“In many patients,
cognitive function is impaired.
And finally, the autonomic
nervous system, which controls blood pressure and pulse and other
things, most studies find to be abnormal in this illness. Now, none
of these nervous system abnormalities is constant or permanent. But
when they're there, they change a person's life. And it's entirely
plausible that the abnormalities that have been seen on these various
neurologic testing techniques could explain the symptoms of this
illness.
What about the immune system in chronic fatigue syndrome?
Many studies have found that by several criteria the immune system
appears to be in a state of chronic activation, as if it were trying
to fight against something foreign. The research described by Dr.
Reeves on looking at gene expression studies, for example -- and this
is now true in several different laboratories around the world,
looking at different patients -- the genes that control the activation
of the immune system are abnormally expressed in patients with this
illness. Dr. Klimas and other investigators have shown that different
cells within the immune system are abnormal either in number or their
capacity to function.
Finally, what about energy
metabolism? For a long time, there has been a theory that the lack of
energy in the human being in chronic fatigue syndrome was caused by
problems with energy metabolism inside the trillions of cells inside
the human being. And I was very skeptical of this. It seemed, sort of,
too clean and too good to be true. But I think in the last five years
a number of studies have shown that there probably are abnormalities
of energy metabolism in patients with this illness.
So looking back over the
last 20 years, I think there's been undeniable progress in
understanding what this illness is. But all of us -- doctors, patients
and their families -- remain terribly frustrated by it, because we
don't have fundamental answers yet. But we're less frustrated than we
used to be. Today we have powerful new research technologies and tools
we didn't have even 20 years ago, and they are being put to good use
by laboratories all over the world. Why have we made progress such as
we have? I think, first and foremost, it's because public and private
investment in research has allowed that progress. Now, it won't
surprise you to learn that I think there should be even more public
and private funding for research on this illness. But there has been
a lot. And in particular the CDC's research over the last eight to 10
years I believe has taken the whole field to a new level. We're not
there. We're still not there. But in con-trast
to 20 years ago, we have a lot more dedicated clinicians and
researchers around the world who are trying to understand and fix this
illness.”
7. Referentie
van het onderzoek waar de informatie uit afkomstig is:
Torenbeek, M., Mes, C.A.J., van Liere, M.J., Schreurs, K.M.G., ter
Meer,
R.., Kortleven, G.C. & Warmerdam, C.G.M.(2006) Gunstige resultaten van
een revalidatieprogramma met cognitieve gedragstherapie en
gedoseerde fysieke activiteit bij patiënten met het chronische
vermoeidheidssyndroom. Nederlands tijdschrift voor Geneeskunde,
150(38), 2089-2094
8. Citaat
afkomstig uit de persconferentie van het CDC.
Letterlijke tekst:
“Current best practices
for clinical care include things like symptom manage-ment,
coping skills and improving coping strategies, activity management,
exercise therapies, and clinicians can help manage the pain, sleep
problems, cognitive difficulties and severe fatigue that accompany
this illness, and it's often very debilitating.”
9. Citaat
afkomstig uit de persconferentie van het CDC.
Letterlijke tekst:
“We're moving toward a concept of a molecular profile that will help
to determine which patients will respond best to certain treatments
and to help implement prevention strategies.”
10.
Informatie afkomstig uit de
persconferentie van het CDC. Letterlijke tekst:
“I'm honored today to
announce seven new research grants: efforts to better understand how
the brain functions and its relationship to CFS. They represent $4
million in new support for CFS research.”
11. Referentie
van het onderzoek waar de informatie uit afkomstig is:
de Lange FP, Kalkman JS, Bleijenberg G,
Hagoort P, van der Meer JW, Toni I.
Gray matter volume reduction in the chronic fatigue syndrome.
Neuroimage, 2005, 26(3), 777-781
12. Referentie
van het onderzoek waar de informatie uit afkomstig is:
de Lange FP, Kalkman JS, Bleijenberg G,
Hagoort P, van der Werf SP, van der Meer JW & Toni I.
Neural correlates of the
chronic fatigue syndrome--an fMRI study.
Brain, 127(Pt 9), 2004, 1948-1957
13.
Goed of Fout? 10 stellingen over
ME/CVS. Folder van Steungroep ME en
Arbeidsongeschiktheid en de ME/CVS-vereniging. Uitgebracht op 10 mei
2006.
Van het internet te halen op
www.steungroep.nl/testuwkennis.htm
en
www.me-cvsvereniging.nl/testuwkennis.pdf
|
|

Medewerking gevraagd:
Enquête ervaringen met
gedragstherapie
|
Graag wil ik een enquête houden onder
M.E./CVS-patiënten die cognitieve gedrags-therapie hebben gevolgd. Ik ben
geïnteresseerd in uw ervaring met deze therapie. Dat geldt zowel voor de
positieve als negatieve ervaringen. Uw persoonsgegevens zijn anoniem. De
uitkomst zal gebruikt worden ter publicatie voor statistische doeleinden.
Met dank voor uw medewerking!
Voor
de vragenlijst
klik hier.
U kunt
de ingevulde vragenlijst mailen naar Dean Boer:
Dean_777@hotmail.com
|

M.E. or not M.E. (update)
|
M.E. of niet M.E.?
Over het belang van de vlag (M.E., CVS) en de
lading (de diagnosekriteria)…
De vlag
Klimas
"If it were called chronic
neuroinflammatory disease, then people would get it," she said. "Up until
now nobody's been willing to change the name, but now there's proof [that
inflammation occurs in the brain]."
bron:
Chronic fatigue cases finally getting respect
South Florida Sun-Sentinel (Nancy McVicar)
krantenartikel (o.a. interview met
dr. Reeves en dr. Klimas)
http://www.sun-sentinel.com/news/local/southflorida/
sfl-1124chronic,0,4198148.story?coll=sfla-home-headlines
Komaroff
"Brain imaging studies have shown inflammation, reduced blood flow and
impaired cellular function in different locations of the brain".
bron:
http://www.cdc.gov/od/oc/media/transcripts/t061103.htm?id=36410
perskonferentie aftrap publiciteitskampagne CDC
Dr. Anthony Komaroff was aanwezig bij de
CDC-vergadering in 1988 waarin de naam Chronisch Vermoeidheidssyndroom
werd gekozen. Komaroff is van mening dat de gevolgen en misverstanden die
door de algemene/nietszeggende naam veroorzaakt worden, te voorzien waren.
Volgens Komaroff werden de mogelijke konsekwenties van de naamgeving niet
eens besproken.
Niet één deelnemer van de groep mensen die
verantwoordelijk was voor de CVS-1988-kriteria en de (nieuwe naam) van de
ziekte sprak zijn bezorgdheid uit over het feit dat de naam mogelijkerwijs
de ziekte zou trivialiseren.
We waren eenvoudigweg ongevoelig voor die
mogelijkheid en we zaten fout!
Bron:
Origineel, Engelstalig citaat:
http://www.cfidsreport.com/Articles/NIH/NIH_CFS_4.htm
Jason
Uit twee onderzoeken van prof. Leonard Jason
blijkt dat de naam direkt van invloed is op de perceptie van studenten
geneeskunde en medische trainees. Bij de naam M.E. wordt de ziekte veel
vaker in verband gebracht met een fysiologische, lees lichamelijke,
oorzaak. De resultaten geven ook aan dat wanneer de naam Chronisch
Vermoeidheidssyndroom (i.p.v. M.E.) gebruikt wordt, belangrijke aspekten
van de ziekte minder serieus genomen worden.
Evaluating attributions for an
illness based upon the name: Chronic fatigue syndrome, Myalgic
Encephalopathy and Florence Nightingale Disease.
American Journal of Community
Psychology, 30, 133-148 (2002).
Jason, L.A., Taylor, R.R.,
Plioplys, S., Stepanek, Z., & Shlaes, J.
Attitudes regarding chronic
fatigue syndrome:
The importance of a name.
Journal of Health Psychology,
6, 61-71 (2001).
Jason, L.A., Taylor, R.R.,
Stepanek, Z., & Plioplys, S.
Why the Name of An Illness is of Importance
http://www.aacfs.org/p/259.html
De lading
De kritiek van de ME/CVS-vereniging is, hoe goed
bedoeld ook, grotendeels onterecht. Omdat de zelftest vrij nauw aansluit
bij de 1994-kriteria voor CVS, heeft de kritiek van deze vereniging
eigenlijk betrekking op de kriteria zelf.
Omdat men zelf, wellicht uit angst voor een te
laag “marktaandeel”, geen afstand neemt van de 1994-kriteria en de
vergaarbak CVS die daarbij hoort, snijdt kritiek op de zelftest, los van
kritiek op dubbelzinnige of vage formuleringen, niet echt hout.
Er is slechts een maar een uitweg, maar dan moet
je terug naar de basis: M.E..
M.E. is een neurologische ziekte, met twee
karakteristieke symptomen:
-
kognitieve stoornissen:
geheugen-en-koncentratiestoornissen, en
-
post-exertional malaise:
verergeringen-van-klachten-door inspanning.
Diagnosekriteria die het best daarbij aansluiten
zijn de Canadese kriteria.
Het probleem is dat veel belangenbehartigers de
verstrekkende invloed van de krite-ria en de naam, het denigrerende
“Chronisch Vermoeidheidssyndroom”, niet inzien.
Men begrijpt dus ook niet dat men gedwongen is
een strategische keuze te maken.
Elke bedrijfskundige/ekonoom zal je vertellen dat
het niet kiezen uit twee elkaar deels bijtende produkten/markten
uiteindelijk altijd tot je de ondergang zal leiden.
Dat heeft niets met supportersgedrag (je
favoriete voetbalclub) te maken.
Je kunt geen enkel belang verdedigen als je geen
duidelijke positie inneemt.
Die luxepositie heb je jammer genoeg niet.. |

Zelftest CVS:
Diagnosekriteria 2006
|
In navolging van het werk van prof. Bleijenberg
voor de ME/CVS-Stichting
(http://www.perssupport.nl/home/persberichten/actueel?itemId=86645)
zal prof. Akkermans op basis van diagnosekriteria
de komende tijd een zelf-test Commercie-gedreven Verdoezelaarssyndroom
(CVS-2006) ontwikkelen.

Als het goed is, zijn de diagnosekriteria, op
basis waarvan prof. Akkermans de komende tijd de zelftest-CVS zal
ontwikkelen, in een pop up-scherm zichtbaar.
Zo niet
klik hier om de diagnosekriteria voor
CVS-2006 zichtbaar te maken.
|

Lichamelijke afwijkingen bij
M.E./CVS-patienten:
de hoofdlijnen volgens dr.
Anthony Komaroff (Harvard)
|

Een
samenvatting van de LICHAMELIJKE afwijkingen volgens dr. Anthony Komaroff
tijdens de perskonferentie waarmee de CDC-publiciteitskampagne van start
ging.
-
Afweersysteem:
-
overaktief (alsof het afweersysteem tegen een vreemde indringer vecht) én
-
verzwakt (bijv. NK-cel-aktiviteit, perforine, etc.) .
-
Inflammatie of ontstekingen in de hersenen
Daarom heet de ziekte M.E. = Myalgische Encephalomyelitis en geen
CVS, FT.
-
Verminderde doorbloeding van de hersenen.
-
Verstoorde funktie van cellen in de hersenen.
-
Afwijkingen autonoom zenuwstelsel, dat bijv. hartslag en bloeddruk regelt.
-
Verstoorde stofwisseling in de cellen, resulterend in verminderde
energieproduktie.
-
Hormonale afwijkingen (inklusief stressgerelateerde hormonen):
HPA-as-afwijkingen.
bron:
http://www.cdc.gov/od/oc/media/transcripts/t061103.htm?id=36410
En het
CDC, dat M.E.-onderzoek altijd links heeft laten liggen en nu opeens
victorie kraait?
Die
legt uitsluitend de nadruk op de verminderde stressresponse (verstoorde
HPA-as).
Dat
een chronisch geaktiveerd afweersysteem
de
mens prikkelbaar maakt (kijk maar eens wat er gebeurt bij een "gewone"
griep) en
de
stressresponse, de vecht-stand van het lichaam, op den duur uitput,
komt
blijkbaar niet in de marketingkraam te pas.
Over
de gewijzigde strategie van de biopsychosociale school (van
gedragsafwijking
naar
verminderde stressresponse) en het belang van de naam van de ziekte later
meer.
|

Studie Wessely en Chalder:
Resultaten gedragstherapie via
psycheuten
"superieur" aan
resultaten gedragstherapie via
niet-psycheuten.
|
Op lange termijn zijn
de "resultaten" van gedragstherapie via de gespecialiseerde psycheut beter
dan die van gedragstherapie via de niet-gespecialiseerde (huis)arts.
Is het puur toeval dat de studies van prof.
Bleijenberg (klik
hier) en die van prof. Wessely en dr. Chalder tot exakt
dezelfde konklusie komen en dat die studies vrijwel gelijktijdig
verschijnen?
Of zou het te maken hebben met de erbarmelijke
resultaten van de referentiecentra in België
(klik
hier)? Een weloverwogen strategie van psycheuten: de aanval is
de beste verdediging.
Cognitive-behaviour therapy for Chronic Fatigue Syndrome:
Comparison of outcomes
within
and outside the confines of a randomised controlled trial
Behaviour Research and Therapy. 2006 Oct 27; [E-publication ahead
of print]
Louise
Quarmbya, Katharine A. Rimesa, Alicia Dealea, Simon Wessely, Trudie
Chalder.
PMID:
17074300
Outcomes
for cognitive-behaviour therapy (CBT) in randomised controlled trials (RCTs)
have rarely been compared to those in routine clinical practice. Taking
the case of CBT for chronic fatigue syndrome (CFS), we evaluated the
results of a successful RCT against those of the same treatment given in
the same setting as part of routine practice.
Fatigue
and social adjustment scores were compared for patients who received CBT
for CFS as part of a RCT (N=30) and patients who received CBT as part of
everyday clinical practice (N=384). The results in the RCT were superior
to those in routine clinical practice. Between pre-treatment and 6-month
follow-up, the RCT showed a larger reduction in fatigue and greater
improvement in social adjustment than those in routine treatment. The
changes in fatigue scores were similar for both groups during treatment
but were greater in the RCT between post-treatment and follow-up.
Potential
reasons for the superior results of the RCT include patient selection,
therapist factors and the use of a manualized treatment protocol.
Practitioners need to pay particular attention to relapse prevention and
ensuring adequate follow-up in addition to encouraging patients to
continue with cognitive-behavioural strategies once treatment has ended.
bron:
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&
dopt=AbstractPlus&list_uids=17074300&query_hl=4&itool=pubmed_docsum |

Studie Bleijenberg:
Gedragstherapie door
huisartsen
op lange termijn niet
effektief voor
mensen met chronische
vermoeidheid
|
Gedragstherapie door huisartsen voor "chronische
vermoeidheid" blijkt 4 jaar later geen enkel effekt te hebben (gemeten
naar vermoeidheid en afwezigheid wegens ziekte).
Sterker nog, mensen die gedragstherapie
"ondergingen" lijken minder goed te "scoren".
Dat is vast de schuld van "onkundige huisartsen".
De psycheuten doen dat vast beter...
Long-term
efficacy of cognitive-behavioral therapy
by
general practitioners for fatigue:
A
4-year follow-up study
Journal of Psychosomatic Research. 2006 Nov;61(5):601-7
Leone SS,
Huibers MJ, Kant I, van Amelsvoort LG, van Schayck CP, Bleijenberg G,
Knottnerus JA.
PMID:
17084137
Objective:
In an
earlier study, we found that cognitive-behavioral therapy (CBT) delivered
by ge-neral
practitioners (GPs) for fatigue among employees on sick leave was not
effective after 12 months. In this study we aim to assess the long-term
efficacy of CBT by GPs for fatigue. It was hypothesized that the
intervention could prevent deterioration as well as relapse of fatigue
complaints and relapse into absenteeism in the long term.
Methods:
Patients
who participated in the original randomized controlled trial were followed
up 4 years later. Fatigue and absenteeism were the main outcomes.
Results:
Fatigue
and absenteeism were high in the intervention and control groups at the
4-year follow-up. There was no significant difference between the
intervention group and the control group on fatigue and absenteeism. The
intervention group however tended toward less-favorable outcomes as
compared with the control group.
Conclusion:
Like that
of Chronic Fatigue Syndrome, the prognosis of less-advanced fatigue is
rather poor. CBT delivered by GPs is not effective in the long term.
bron:
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&
dopt=AbstractPlus&list_uids=17084137&query_hl=6&itool=pubmed_docsum |

Studie prof. van Houdenhove:
Je kunt je ziekte maar beter
aksepteren...
|
Je kunt je ziekte maar
beter aksepteren...
Het levert volgens
stressdeskundige van Houdenhove en kollega's meer op dan symptomen
proberen te bestrijden die grotendeels toch niet te bestrijden zijn.....
En gotspe!
De heer van Houdenhove verwijst zelf, zonder een
goed tegenargument, alle wetenschappelijke studies naar lichamelijke
afwijkingen naar de prullenbak.
Daarnaast heeft de heer van Houdenhove, als
ongekroonde koning van een CVS-referentiecentrum, met zijn "behandeling"
zeer slechte resultaten bereikt (klik
hier)
En dan tegen patiënten zeggen dat je je er maar
beter bij neer kunt leggen.
Je moet maar durven...
Gelukkig zijn er nog steeds wetenschappers die
wel proberen de noot te kraken en die wel "onverklaarbare" en
"onbeïnvloedbare" symptomen willen bestrijden!
Well-being
in patients with Chronic Fatigue Syndrome:
The
role of acceptance
Journal of Psychosomatic Research. 2006 Nov;61(5):595-9. [In
Process.]
Van Damme S, Crombez G,
Van Houdenhove B, Mariman A, Michielsen W.
PMID:
17084136
Objective:
Research
in chronic pain patients has shown that accepting the chronic nature of
their illness is positively related to quality of life. The aim of this
study was to investigate whether acceptance is also associated with better
well-being in patients suffering from Chronic Fatigue Syndrome (CFS).
Methods:
Ninety-seven patients completed a battery of questionnaires measuring
fatigue, functional impairment, psychological distress, and acceptance.
Results:
Results
indicated that acceptance has a positive effect upon fatigue and
psychological aspects of well-being. More specifically, acceptance was
related to more emotional stability and less psychological distress,
beyond the effects of demographic variables, and fatigue severity.
Conclusion:
We
suggest that promoting acceptance in patients with CFS may often be more
beneficial than trying to control largely uncontrollable symptoms.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&
dopt=AbstractPlus&list_uids=17084136&query_hl=9&itool=pubmed_docsum |

Studie O'Dowd:
CBT niet effektief
als het gaat om kognitieve
funkties
of arbeidsongeschiktheid.
|
Cognitive behavioural therapy in chronic fatigue syndrome:
a
randomised controlled trial of an outpatient group programme.
Health Technol
Assess. 2006 Oct;10(37):1-140.
O'Dowd H, Gladwell P, Rogers
CA, Hollinghurst S, Gregory A.
ALGEMENE KONKLUSIE
Konklusies,
Management Samenvatting, bladzijde X(10)
Gedragstherapie in
groepsvorm had geen (significant) effekt
op
-
het
kognitieve funktioneren
(geheugen, koncentratie etc.),
-
de
kwaliteit van het leven,
-
de mate waarin
iemand in staat was werk te verrichten:
arbeidsongeschiktheid
-
de mate waarin van
de gezondheidszorg gebruik gemaakt werd,
alhoewel verbeteringen
op dat vlak in studies over (individuele) gedragstherapie aangetoond zijn.
Studierapport:
http://www.hta.ac.uk/fullmono/mon1037.pdf
TOELICHTING
De 153 deelnemers
warden in drie groepen ingedeeld:
o
Gedragstherapie
in Groepsverband (CBT): 52 patiënten,
o
Voorlichting en
Steun (EAS): 50 patiënten,
o
Standaard-Medische Behandeling (SMC): 51 patiënten.
De vraag is of het hier
CVS-patiënten betreft, gezien het feit dat vooraf
30% van de patiënten
een normale waarde als het gaat om het lichamelijk funktioneren en 52% een
normale waarde m.b.t. geestelijk funktioneren.
Na 12 maanden zagen die
cijfers er als volgt uit:
|
|
Fysiek
funktioneren |
Geestelijk
funktioneren |
|
|
|
|
|
vooraf |
38% |
52% |
|
|
|
|
|
CBT |
46% |
74% |
|
EAS |
26% |
67% |
|
SMC |
44% |
70% |
Het aantal patiënten
dat 15% of meer verbetering rapporteerde:
|
|
Fysiek
funktioneren |
Geestelijk
funktioneren |
|
|
|
|
|
CBT |
32% |
64% |
|
EAS |
40% |
60% |
|
SMC |
49% |
53% |
Konklusies
Met gedragstherapie in
groepvorm werd niet verwachte verandering, vastgesteld m.b.v. primaire
maatstaven, gerealiseerd, omdat een signifikant aantal mensen die deze
behandeling ondergingen na afloop niet “normaal” scoorde als het gaat om
lichamelijk en geestelijk funktioneren.
Echter, alhoewel CBT er
niet voor gezorgd heeft dat een signifikant aantal mensen een normale
waarde scoorde, werd op sommige gebieden wel signifikante verbeteringen
gerealiseerd.
Gedragstherapie in
groepvorm was effektief op het gebied van vermoeidheid, stemmingen en
fysieke fitheid. Even effektief als in studies naar individuele
gedragstherapie.
Echter, CBT resulteerde
niet in verbeteringen m.b.t. kognitieve funktioneren (denken, onthouden
etc.) en de kwaliteit van het leven.
Er was ook bewijs dat
de Voorlichting en Steun-behandeling (en Standaard-Medische Behandeling,
FT) ook tot verbeteringen leidde, hetgeen zou kunnen betekenen dat een
deel van de verbeteringen het gevolg is van effekten die voortvloeien uit
“behandeling” ** in zijn algemeenheid (aanhalingstekens door mij
toegevoegd, FT).
Vervolgonderzoek is
nodig om betere resultaten te behalen, te bepalen wat de maatschap-pelijke
kosten zijn van de ziekte en een beter beeld te krijgen van de
karakteristieken van de ziekte/patiënten waarbij deze “behandeling” ** het
best aansluit
(Daar ben ik ook
benieuwd naar, FT).
**
Aanhalingstekens door
mij toegevoegd, FT.
Samenvatting:
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve
&dopt=AbstractPlus&list_uids=17014748&query_hl=6&itool=pubmed_docsum |

Studie Caseras:
Andere hersendelen
overaktief/onderaktief
bij CVS-patiënten bij
geheugentest.
|
Probing the Working Memory
System in Chronic Fatigue Syndrome:
A Functional Magnetic
Resonance Imaging Study Using the n-Back Task.
Psychosom Med. 2006 Nov 1;
[Epub ahead of print]
Caseras X, Mataix-Cols D,
Giampietro V, Rimes KA, Brammer M, Zelaya F, Chalder T, Godfrey EL.
Studierapport
http://www.psychosomaticmedicine.org/cgi/rapidpdf/01.psy.0000242770.50979.5fv1.pdf
Konklusie
De resultaten suggereren er kwalitatieve en
kwantitatieve verschillen in het aktiveren van de hersenen zijn als het
gaat om het werkgeheugen.
Er waren geen duidelijke verschillen in de
reaktietijd en de nauwkeurigheid van de antwoorden tussen CFS-patiënten en
kontrolepersonen.
De auteurs stellen dat het aannemelijk is dat
CFS-patiënten bepaalde andere hersendelen aktiveren om hun problemen met
het geheugenproblemen op te lossen, zelfs in de meest eisende situatie
(N-3-test).
De uitsmijter bewaren de auteurs voor het laatst:
Of de overaktivering/onderaktivering van bepaalde
hersendelen kan worden opgeheven door succesvolle behandeling is een
kruciale vraag voor toekomstige studies.
De vraag die hieruit voortvloeit is natuurlijk:
Welke succesvolle behandeling?
Gezien de werkgever van de hoofdauteur King’s
College in Londen, het “Wessely-
commandocentrum”, lijken de auteurs te doelen op
gedragstherapie….
En ik dacht toch dat telkens weer aangetoond werd
dat gedragstherapie NIET effektief is.
Zelfs door de aanhangers van gedragstherapie
(klik bijvoorbeeld
hier,
hier en
hier).
Samenvatting
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&
dopt=AbstractPlus&list_uids=17079703&query_hl=1&itool=pubmed_docsum
De patiënten en leden van de kontrolegroep warden
geacht een test te ondergaan met wisselende moeilijkheidsgraad. Daarbij
diende men telkens aan te geven of de letter die men zag, overeenkwam met
de vorige letter (N-1-test). In de N-2-test diende men aan te geven over
de letter dezelfde was als die van twee plaatjes daarvoor. In de N-3-test
moest de letter die men voorgeschoteld kreeg, vergelijken met de letter 3
plaatjes terug. In de N-0 test moest men aangeven over de letter een X
was.
Het schema: een N-1-test, een N-2-test, een
N-0-test, een N-3-test, een N-2-test, een N-0-test, een N-1-test, een
N-3-test, een N-2-test, een N-3-test, een N-0-test en een N-1-test.
Een grafische weergave van de resultaten die U
hieronder:

Afbeelding 1.
Verschillen in het aktiveren (gebruik) van de
verschillende hersendelen bij CVS-patiënten en kontrolepersonen bij het
uitvoeren van de N-1, de N-2 en de N-3-test.
De blauwe gebieden zijn de hersendelen die bij de
CVS-patiënten sterker geaktiveerd worden
(bij de N-1, respektievelijk de N-2 en de
N-3-test: A, B en C).
De rode gebieden zijn de hersendelen die bij
kontrolepersonen sterker geaktiveerd zijn. |

Evaluatierapport
CVS-referentiecentra België:
CGT/GET is niet
effektief,
maar toch ...
met deze "behandeling" doorgaan!
Onlangs verscheen het langverwachte
evaluatierapport van de CVS-referentiecentra in België.
Zoals
al uit antwoorden van Minister Demotte op mondelinge kamervragen bleek (klik
hier)
zijn
zowel de bereikte resultaten als de "omzetcijfers" van de referentiecentra
dramatisch.
Maar ja, dat was voor de meeste M.E.-patiënten
natuurlijk niet echt verwonderlijk.
Mededeling RIZIV:
http://riziv.fgov.be/care/nl/revalidatie/studies/study-sfc-cvs/index.htm
Evaluatierapport:
http://riziv.fgov.be/care/nl/revalidatie/studies/study-sfc-cvs/pdf/rapport.pdf
De belangrijkste konklusies staan op bladzijde
56 in enkele zinnen samengevat:
IV BESPREKING VAN DE STATISTISCHE GEGEVENS
MET BETREKKING
TOT DE WERKING VAN DE REFERENTIECENTRA VOOR
VOLWASSEN CVS-PATIËNTEN
3. Effecten van de specifieke
interdisciplinaire revalidatie
3.8. Globale bespreking van de outcome van
de specifieke interdisciplinaire revalidatie
Het effect van de revalidatie op de
verschillende outcomeparameters is wisselend.
Enerzijds zijn er statistisch significante
verbeteringen van
(1) de CVS-klachten (voor zover ze gemeten
zijn vóór en ná de revalidatie) *1;
(2) van de gezondheidsgerelateerde
levenskwaliteit *2; en
(3) van de niveau’s van psychisch en fysiek
functioneren *3.
Anderzijds worden deze positieve resultaten
niet weerspiegeld door
een verbeterde inspanningscapaciteit
*4 en beroepsmatig functioneren
*5.
Eerst wat betreft het goede nieuws.
Dat blijkt toch niet zo goed te zijn als men
zelf aangeeft.
*1
Uit de cijfers, bladzijde 51 en 52, blijkt dat op
grond van de inschatting van de patiënt zelf:
voor een aantal CVS-klachten
*2
De resultaten zij tegen elkaar weggemiddeld:
*3
Ook hier zijn de resultaten van de “goeden” tegen
de “slechten” tegen elkaar weggestreept:
Daarbij moet ook nog bedenken dat niet alleen
CVS-patiënten ”behandeld” werden,
maar ook mensen met klachten als gevolg van
psychische problematiek.
Een het slechte nieuws dan?
Dat redeneer je gewoon weg!
*4
Een citaat:
Subjectief voelen de patiënten zich dus beter
zonder dat deze verbetering blijkt
uit de resultaten op de inspanningsproef. Vermoedelijk komt dit omdat de
cardiorespiratoire inspanningscapa-citeit bij CVS-patiënten geen goede
parameter is om het effect van de revalidatie te evalueren.
*5
De resultaten m.b.t.
revalidatie/arbeidsongeschiktheid zijn nog slechter dan men aangeeft…
Vóór de revalidatie verrichten de patiënten
betaalde beroepsactiviteiten gedurende gemiddeld 18,3% van een
38-uren-week. Uit de gegevens blijkt echter dat het gemiddelde percentage
betaalde beroepsactiviteiten nog afneemt tot 14,9% op het einde van de
revalidatie. 6% van de patiënten werkt meer dan vóór de revalidatie, 10%
minder. Voor 84% van de patiënten wijzigt het percentage betaalde
beroepsactiviteiten niet.
Gezien de schrijnende situatie waarin
M.E./CVS-patiënten zich bevinden, is het hoog tijd dat:
onafhankelijke onderzoekers in
België, Nederland en andere landen
de loze beweringen, niet-onderbouwde aanpak en
resultaten van de biopsychosociale school
aan een kritisch oordeel onderwerpen,
op basis van evidence-based kriteria waaraan men,
zegt men althans, zoveel waarde hecht.
Zelfkritiek is de biopsychosociale school
volledig vreemd (kritiek op patiënten niet),
Dus is zelfevaluatie niet voldoende, want.....

MEN LAAT DE KALKOEN TOCH OOK
NIET MEEBESLISSEN OVER HET KERSTDINER!
|

Studie dr. Rosemary Underhill:
Ook niet-genetisch verwante
kontaktpersonen
van CFS-patiënten hebben meer
kans op CFS.
Citaten uit een studie van dr. Rosemary Underhill
in de Journal of Chronic Fatigue Syndrome.
The prevalence of CFS (Chronic
Fatigue Syndrome) and chronic fatigue were investigated in family members
of CFS patients using a questionnaire-based study.
Significant differences were seen
between the prevalence of CFS in all groups of family members relative to
the published community prevalence of 0.422% (spouses/partners: 3.2%, p <
0.001; offspring: 5.1%, p < .001; parents and siblings: 1.1%, p < 0.02;
second and third degree blood relatives 0.8%, p < 0.02).
The prevalence of CFS was higher in genetically unrelated household
contacts and in nonresident genetic relatives than in the community,
indicating that both household contact and genetic relationship are risk
factors for CFS.
Wat
staat hier nu?
De
kans op CFS bij een genetische verwante kontpersonen én NIET-genetisch
verwante kontaktpersonen (bijv. partners) is veel hoger dan gemiddeld.
In
volgorde van risiko op CFS bij kontaktpersonen:
-
kinderen (5.1%),
-
partners/echtgenoten: (3,2%),
-
ouders, broers en zusters (1,1%) en
-
neven
en nichten etc. 0,8%
Het
feit dat
dat
NIET-genetisch verwante kontaktpersonen veel vaker CFS "hebben" dan
gemiddeld en
dat
genetisch verwante kontpersonen en het feit dat mensen in de omgeving (in
de studie werden alleen de kans op CFS bij genetische verwante
kontaktpersonen, familie, onderzocht)
wijzen
op een verhoogd risiko voor:
mensen
die deel uitmaken van de huishouding van een CFS-patiënt (omgeving:
infekties!?) en mensen met een genetisch verwantschap met een CFS-patiënt.
Dr.
Suhadolnik toonde in 2004 al aan dat het afweersysteem van kontaktpersonen
(dus ook niet-genetisch verwante kontaktpersonen) reageert op kontakt met
een CFS-patiënt:
klik hier.
Een stressaandoening, een slecht karma of via het DNA én kontakt
overdraagbare infekties?
Het
antwoord lijkt mij duidelijk.
En dan
raakt de hele onzin-diskussie over ME./CVS opeens de gehele samenleving!
Mevrouw van de Putte en anderen zouden er goed aan doen deze konklusie
goed door te laten dringen en de psychologische verklaring voor CFS voor
eens en voor altijd los te laten.
bron:
Prevalence of Chronic Fatigue
Syndrome and Chronic Fatigue
Within Families of CFS Patients
Journal of Chronic Fatigue Syndrome
Volume 13, Issue 1
ISSN: 1057-3321 Pub Date:
9/5/2006
Rosemary A. Underhill, Ruth L. O'Gorman.
http://www.haworthpress.com/store/ArticleAbstract.asp?ID=84783
|

Citaten dr. Komaroff
Perskonferentie CDC

Naar aanleiding van de
C3-genenaktiviteitenstudies (klik
hier,
hier en
hier) en een nationale
publiciteitskampagne organiseerde de CDC op 3 november een
perskonferentie.
Naar aanleiding van de start van die
publiciteitskampagne in de Verenigde Staten werd onder meer dr. Nancy
Klimas geïnterviewd op NBC:
klik hier.
Enkele citaten van dr. Anthony Komaroff
wil ik U niet onthouden:
....
there's evidence that the patients
with this illness experience a level of
disability
that's equal to that of patients with late-stage AIDS, patients undergoing
chemo-therapy, patients with multiple sclerosis.
Brain imaging studies, particularly
MRI, or magnetic resonance imaging, scans and nuclear scans of various
types, have shown inflammation, reduced
blood flow and impaired cellular function in different locations of the
brain.
In
many patients, cognitive function is impaired.
And finally,
the autonomic nervous system, which controls
blood pressure and pulse and other things,
most studies find to be abnormal in
this illness.
Vrij vertaald:
Er is bewijs dat CFS-patiënten evenveel
beperkingen hebben als patiënten met AIDS in een laat stadium, patiënten
die chemotherapie ondergaan en MS-patiënten.
Hersenonderzoek, met name MRI- en SPECT-scans,
hebben ontstekingen in de hersenen aan-getoond, evenals verminderde
doorbloeding van de hersenen en ontregelde cel-funkties.
In veel patiënten is de kognitieve funktie
verstoord (geheugen-en-koncentratieproblemen).
En tenslotte, de meeste studies hebben
afwijkingen het autonoom zenuwstelsel, dat onder meer de hartslag en
bloeddruk regelt, vastgesteld.
M.E.-belangengroepen opgelet:
Daarom is de naam van de ziekte, M.E.,
essentieel in de belangenbehartiging.....
M.E. staat voor Myalgische Encephalomyelitis
(ontstekingen van de hersenen en ruggenmerg) en niet voor Myalgische
Encephalopathie (ziekte van de hersenen).
En het CDC?
Dr. William Reeves (CDC) legt, hoe kan het
anders, in de perskonferentie opnieuw de nadruk op de verminderde
stressresponse (waarschijnlijk een gevolg en geen oorzaak!).
Dit terwijl hij als mede-auteur in de Dubbo-studie zelf stelt dat de
persoonlijkheidsstruktuur en psychische problemen helemaal NIET bepalen of
iemand uiteindelijk M.E./CVS "krijgt".
Voor meer informatie over de konklusies van de
Dubbo-studie
klik hier en
hier.
M.E./CVS als nasleep van specifieke infekties (bijv. een Epstein-Barr of
EBV-infektie),
wordt uitsluitend bepaald door de ernst/de heftigheid van de infektie in
het begin....
Voor
een transkriptie van de perskonferentie
klik hier.
Met
dank aan Jan van Roijen (Help-ME Circle)
Send an Email for free
membership
~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~
>>>> Help ME Circle <<<<
>>>> 5 November 2006 <<<<
Editorship : j.van.roijen@chello.nl
~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~:~
|

Interview met dr. Lloyd naar
aanleiding van resultaten Dubbo-studie:
Of iemand na bijv. een
EBV-infektie CVS-patiënt wordt,
wordt uitsluitend bepaald door
de ernst van de infektie.
in 10% van de gevallen leidt een
Ross River virus-, Q koorts- of Epstein
Barr-infektie (Pfeiffer) uiteindelijk tot CFS. Daar is verder niet
biopsychociaals aan!
Of iemand CFS op den duur "ontwikkeld" is
uitsluitend terug te herleiden tot één alles bepalende faktor: de
hevigheid van de infektie aan het begin.
CFS heeft geen enkele relatie met leeftijd,
geslacht, opleiding, persoonlijk-heidsstruktuur (dr. van Houdenhove, leest
U dat?) of psychische gesteldheid...

Chronic fatigue not
just for women
http://www.theage.com.au/news/National/Chronic-fatigue-not-just-for-women/2006/11/03/1162340044569.html
November 3, 2006 - 6:54PM
Women are no more likely to get
chronic fatigue syndrome than men, nor are neurotic types more prone,
according to new myth-debunking Australian research.
Scientists from the University of
Sydney and the University of NSW (UNSW) have discovered who is most likely
to get the debilitating condition and it has nothing to do with age, sex,
personality traits or mental health as many people thought.
Chronic fatigue syndrome is most
commonly triggered by an acute illness, like glandular fever, and it is
the severity of this illness that decides whether you will develop the
syndrome, the research found.
"The sicker you are at the
beginning of the infection, the more likely it is to result in a prolonged
illness," said UNSW infectious diseases specialist Andrew Lloyd.
"As far as we can see this is the
only determinant of who is likely to get it."
The research team made its
discovery by tracking the long-term health of indivi-duals
infected by three infections - the mosquito borne Ross River virus, Q
fever bacterial infection and Epstein-Barr virus, which causes glandular
fever - in the NSW city of Dubbo.
Of the first 253 people
investigated, about 10 per cent developed chronic fatigue, a state
affecting 100,000 Australians only diagnosed when the disabling tiredness
persists for more than six months.
In these people, the acute
infection has a hit and run effect on the brain that takes some time to
repair.
"These three different bugs
trigger this fatigue in 10 per cent of people from moment one, of day one,
of the acute infection," Prof Lloyd said.
After a year only five per had
the condition, and about 99 per cent were better within two years without
medical intervention.
"While that's still not good,
there's a notion in the community that people with chronic fatigue never
get better," he said.
The scientist said the research,
published in the prestigious British Medical Journal, also dispels several
other myths surrounding the condition.
"We looked at age, sex,
education, personality style, and psychiatric health and it turns out that
none of those things predict the outcome," he said.
"It's commonly believed that more
women get it than men and that these people are neurotic, obsessive and
unduly focused on symptoms and this is their problem, not chronic fatigue.
"We found no evidence to support
any of this."
He said the syndrome was
misunderstood because sufferers commonly delayed seeking help for a year,
by which time several other secondary problems like weight gain,
depression and marital difficulties had set in.
© 2006 AAP
Voor
een samenvatting van de resultaten van de Dubbo-studie:
klik hier.
|

Interview met Nancy Klimas op
NBC
|

Een interview met Nancy Klimas (AIDS- en
M.E.-expert) op NBC 6.
Klik op het onderstaand logo om video te
bekijken.
 |

Minister van Volksgezondheid
van België Rudy Demotte:
De behandeling van de
referentiecentra:
gedragstherapie (CGT) en
graduele oefentherapie(GET),
is niet effektief gebleken,
maar de soap gaat door:
een andere verpakking gaat wellicht wel succes opleveren...
UPDATE:
Speciaal voor Guido den Broeder (voorzitter van
de ME/CVS-vereniging),
die het blijkbaar niet nodig vind om mij even te
vragen naar "mijn" bronnen....
bronnen uitspraken Minister Demotte:
Website Belgische Kamer van
Volksvertegenwoordigers
http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/51/ic1071.pdf
http://www.dekamer.be/doc/CCRI/html/51/iC1071.html#12450
(blz. 21 en verder)
Website van de vragensteller Luc
Goutry:
http://users.cdenv.be/lgoutry/cvs.pdf
Het betreft hier een voorlopige versie,
maar aangezien het een letterlijk verslag betreft
mag men redelijkerwijs aannemen dat
de definitieve versie niet/nauwelijks zal
afwijken.
Beste Guido,
Als je zou samenwerken met mensen/verenigingen
in het buitenland,
zoals destijds door mij voorgesteld, had jij dit
ook kunnen weten...
|

Minister Demotte van Volksgezondheid in antwoord op de kamervragen van:
·
de heer
Luc Goutry aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het
chronisch vermoeidheidssyndroom" (nr. 12450)
·
mevrouw
Magda De Meyer aan de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het recent wetenschappelijk onderzoek
met betrekking
tot het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)" (nr. 12653)
Deze
behandelingen (kognitieve gedragstherapie en
graduele
oefentherapie) zijn geen curatieve behandelingen.
in gewoon Nederlands: genezen
niet, zijn geen effektieve behandelingen.
Anderzijds lijkt
ze (bedoeld wordt de revalidatiebehandeling:
(gedragstherapie/CBT en graduele oefentherapie/GET),
gemiddeld
genomen, geen effect te hebben
op de
cardiorespiratoire inspanningscapaciteit van de patiënten en
op hun
beroepsmatig functioneren.
De resultaten
zijn globaal dan ook minder goed dan verwacht.
Dus nu geeft de
Belgische Minister van Volksgezondheid uiteindelijk
toe dat deze
“behandelingen” (CGT en GET) niet tot genezing leiden.
Nu de Nederlandse
Minister Hans Hoogervorst nog.
De harde "omzetcijfers" van de referentiecentra
zijn dramatisch:
Normaal kunnen de
centra (referentiecentra, FT)
jaarlijks binnen
hun financieringsenveloppe (budget, FT)
samen 443 patiënten
volledig ten laste nemen.
Oftewel 90 patiënten
per referentiecentra per jaar.
Ongeveer net zoveel
als prof. dr. de Meirleir in twee, drie dagen ziet….
En dan te bedenken dat dit niet
alleen CVS-patiënten blijken te zijn:
In tegenstelling
tot evidence based-publicaties, .....,
is de
patiëntenpopulatie van de centra ook minder gesecteerd.
De referentiecentra
behandelen bijvoorbeeld
ook patiënten met
comorbide, psychiatrische pathologieën.
Ondanks die harde konstateringen gaat Minister
Rudy Demotte
door op de doodlopende ingeslagen weg. De vorm
moet anders...
Toch roepen de minder goede resultaten de vraag op of
de behandeling, onder meer naar de vorm ervan, niet
anders
moet worden verstrekt om betere resultaten te behalen.
Zouden er bijvoorbeeld niet meer individuele zittingen moeten worden
verstrekt?
Dus
ondanks die hopeloze
“omzetcijfers” en
ondanks feit dat je
moet erkennen dat mensen met CBT/GET niet genezen (sterker nog: tot geen
enkele objektieve lichamelijke verbetering leiden), durven te beweren dat
de VORM niet de juiste is.
Ook al verpak je het
in fraaie doos met een lint erom, een drol blijft stinken...
Ondanks massaal
wetenschappelijk onderzoek naar CVS
bestaat er nog geen
causale behandeling voor deze aandoening.
Uit recente
evidence based-communicatie blijkt ook dat het nog steeds
de enige
behandelvormen zijn
waarvan is
aangetoond dat CVS-patiënten er baat bij kunnen hebben.
Dus dan gaan we maar weer jokken...
Zie bijvoorbeeld
een recente studie
van dr. Vermeulen (klik
hier),
het patent van dr.
Gow (klik
hier) en
een recente
overzichtsstudie van dr. Kerr (klik
hier).
Citaten uit de
studie van dr. Ruud Vermeulen:
Of
the 99 patients investigated,
58
reported a decrease in the symptoms by the use of azithromycin.
The responders did not fully recover from CFS by azithromycin.
They improved only to an estimated maximum of 80% of the pre-morbid
capacity.
There are two explanations for the improvement by azithromycin:
A reduction of bacterial load or the immune modulating effect of
macrolides
Citaten uit de overzichtsstudie van dr.
Jonathan Kerr:
We recognise that the immune system
plays a crucial role in the pathogenesis of CFS....
Taken together, these findings suggest that
an underlying infection may be present in these individuals and
that the immune system is
chronically activated in response.
It is likely that HPA axis dysfunction is not the cause of CFS,
but that it is secondary to the primary pathogenesis.
However,
infections are known to trigger and perpetuate the disease in many
cases.
Therefore, one potentially valuable approach which has not
yet been widely
adopted in the management of CFS patients is to
exhaustively investigate such
patients in the hope of identifying evidence for a specific
persistent infection.
There are many infectious agents which are known to trigger and
perpetuate
CFS, and which have been or may be targetted with
anti-microbial therapy.
There are sufficient infections whose association with CFS is prominent...
This approach [specifieke infekties bestrijden
met antibiotika e.d.]
is standard in the management of patients with pyrexia of unknown
origin (PUO),
often with good results.
So,
why is it such a barrier for us to apply these simple
and universally accepted
practices
to a disease in which infection frequently plays a major role?
Dus op drie gebieden
kan "evidence-based" ontzettend veel gewonnen worden:
·
infekties bestrijden,
·
afweersysteem herstellen en
·
oxidatieve stress bestrijden.
Maar ja, gezien de huidige bemanning (70%
niet-fysiologisch) van de referentiecentra zullen ze die aanpak bewust
niet kiezen. Over evidence-based medicine gesproken.
|
|
UZ Leuven |
UZ
Ant-
werpen |
UZ
Gent |
UCL(1)
|
AZ
VUB(2) |
Totaal |
|
Gegevens met betrekking tot
de
equipes van referentiecentra |
|
|
|
|
|
|
|
Aantal personeelsleden
per centrum
(aantal VTE) |
4,20 |
4,00 |
4,01 |
6,05 |
1,75 |
20,01 (FT) |
|
Aantal
fysische geneesheren dat deel uitmaakt
van de equipe |
1 |
1 |
1 |
2 |
1 |
6 (FT) |
Bovenstaande tabel is afkomstig uit:
BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
Schriftelijke vragen en antwoorden
Vraag nr. 748
van mevrouw Annemie Turtelboom van 10 mei 2006 (N.)
aan de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid:
16 - 10 - 2006
2007, 5e ZITTING VAN
DE 51e ZITTINGSPERIODE
DO 2005200608029
http://www.dekamer.be/QRVA/pdf/51/51K0139.pdf
|

Samenvattingen
Journal of Chronic Fatigue
Syndrome
Jaargang 13, Nummer 4
|

Conservation of Resources
and Quality of Life in Individuals with Chronic Fatigue Syndrome
Renée R. Taylor, Supriya
Kulkarni, Yukiko Shiraishi.
Objective:
To examine the relationship
between resources and quality of life in individuals with chronic fatigue
syndrome (CFS).
Participants and Study
Design:
A cross-sectional design was
used to describe associations between resource loss and gain and quality
of life for 47 individuals diagnosed with CFS.
Main Outcome Measures:
The Conservation of Resources
Evaluation was used to measure resources in terms of perceived loss and
gain. Health-related quality of life was assessed with the Quality of Life
Index.
Results:
Total resource loss and total
resource gain were significant correlates of overall quality of life.
Gains in self-esteem, energy, and work resources were associated with
higher-perceived quality of life. Material loss and energy loss were
associated with lower-perceived quality of life.
Conclusions:
Findings for the relationships
between perceived resources of self-esteem, work, material items, and
energy and perceived quality of life can be used inform future
rehabilitation efforts. These relationships appear to occur independently
of illness severity among individuals CFS.
KEYWORDS.
Conservation of resources
theory, quality of life, chronic fatigue syndrome.
Antiviral Pathway
Deregulation of Chronic Fatigue Syndrome Induces Nitric Oxide Production
in Immune Cells that Precludes a Resolution of the Inflammatory Response
Marc Frémont, Freya Vaeyens,
C. Vincent Herst, Kenny De Meirleir, Patrick Englebienne.
Chronic fatigue syndrome (CFS)
is a poorly defined medical condition diagnosed by exclusion, which,
besides severe chronic fatigue as the hallmark symptom, involves
inflammatory and immune activation stigma. Although viral infections are
not systematically found in CFS patients, the type I interferon antiviral
pathway has been repeatedly shown to be activated in peripheral blood
mononuclear cells (PBMC) of the most afflicted patients. An abnormal
truncated form of ribonuclease L (37-kDa RNase L) is also found in the
PBMC of CFS patients and this protein has been proposed as a biological
marker for CFS.
Recently, the levels of this
abnormal protein have been significantly correlated to the extent of
inflammatory symptoms displayed by CFS patients. We report here that
active double-stranded RNA-dependent kinase (PKR) is expressed and
activated in parallel to the presence of the 37-kDa RNase L and to an
increase in nitric oxide production by immune cells. However, PKR
upregulation results also in a significant increase followed by a decrease
in caspase 3 activity for the samples containing the highest levels of
37-kDa RNase L. This caspase 3 down-regulation does not result from
increased expression of the anti-apoptotic proteins Bcl-2 and Bcl-XL.
These results therefore
suggest that chronic inflammation due to excess nitric oxide production
plays a role in CFS and that the normal resolution of the inflammatory
process by NF-KB activation and apoptotic induction is impaired.
These observations draw new
directions for the therapeutic approach of CFS.
KEYWORDS.
RNase L pathway, nitric oxide,
PKR, chronic inflammation.
Long-Term Treatment with a
Staphylococcus
Toxoid Vaccine in Patients with Fibromyalgia and Chronic Fatigue Syndrome
Carl-Gerhard Gottfries, Ove
Häger, Björn Regland, Olof Zachrisson.
One hundred and sixty patients
with fibromyalgia and chronic fatigue syndrome, who were on a continuous
treatment with a Staphylococcus
vaccine, were followed during one year with repeated
consultation visits. The patients had participated in controlled studies
and been on continuous treatment with the vaccine for 22_10 months before
inclusion into this follow-up study. They were treated with 1 mL of the
vaccine subcutaneously every third to fourth week. Adverse events were
few. The adherence to the treatment was very good. Over a period of one
year, 8% withdrew, and in only 5%, the withdrawal was due to insufficient
clinical effect. Only in two cases where the patients were allergic to the
preservative of the vaccine, the side effects caused the withdrawal of the
treatment. Ratings with scales (CPRS-15 and FibroFatigue) showed
improvement from start of treatment and also further improvement during
the follow-up year. In view of the natural history for these disorders the
result is of interest.
KEYWORDS.
Fibromyalgia, chronic fatigue
syndrome, Staphylococcus
vaccine, long-term treatment
Reliability of a Chronic
Fatigue Syndrome Questionnaire
Caroline Hawk, Leonard A.
Jason, Susan Torres-Harding.
Background:
A diagnostic instrument, the
CFS Questionnaire, was developed for clinicians and researchers to
administer to their patients as a screening instrument for CFS. The CFS
Questionnaire is comprehensive, covering the inclusionary and exclusionary
self-report criteria of the current U.S. case definition (Fukuda et al.
1994). The instrument also assesses past and current activity levels, and
symptoms of post-exertional malaise to ensure these items are adequately
assessed.
Objectives:
The goal of the present study
was to evaluate the diagnostic reliability of an experimental measure for
assessing chronic fatigue syndrome (CFS).
Methods:
This instrument was
administered to 15 persons with CFS, 15 persons with major depressive
disorder (MDD), and 15 controls. Using the Fukuda et al. (1994) diagnostic
criteria, raters independently reviewed participants’ CFS
Questionnaire responses and rated whether each study participant met
criteria for chronic fatigue syndrome.
Results:
This instrument demonstrated
good inter-rater reliability. Further, this instrument demonstrated
adequate classification accuracy, with a 9.3 positive likelihood ratio and
a .08 negative likelihood ratio. Overall, the CFS Questionnaire
demonstrated good test-retest reliability, with intra-class correlation
coefficients
and kappa coefficients at .70
or higher for most items. Lower test-retest reliability coefficients were
found for some items assessing temporal symptoms or items requiring an
estimate of time.
Conclusion:
The present study suggests
that the CFS Questionnaire is a reliable diagnostic tool. Use of the CFS
Questionnaire should promote higher levels of diagnostic reliability
because it allows for accurate classification of individuals with CFS.
KEYWORDS.
Chronic fatigue syndrome,
depression, symptomatology, diagnostic criteria.
Lyme Disease Presenting as
Chronic Fatigue Syndrome
Samuel Shor.
Objective:
Chronic Fatigue Syndrome (CFS)
by definition represents a diagnosis of exclusion. Late stage or “Chronic
Lyme” infection with or without “co-infections” is a difficult diagnosis
to establish. The symptom complex of both conditions can be very similar.
This case study represents an attempt to support serious consideration for
a subpopulation of patients otherwise diagnosed with “CFS,” as actually
representing chronic Lyme disease.
Method:
A case study is presented of a
33-year-old man, who for two years, was being managed as having CFS.
However, after ~2 years of utilizing multiple modalities of management
with limited success, the diagnosis of Lyme was reconsidered. Historical
exposure risks to Lyme in this individual were high. He had prolonged
exposure in the highly tick-infested mountains of North Carolina for 18
months, several years prior to becoming ill. More aggressive investigation
confirmed the diagnosis of Lyme. Appropriate changes in management were
associated with an improved level of functioning that was far in excess of
what maximal management of CFS was able to achieve. The features of CFS
and chronic Lyme can be very similar and include the following: Profound
fatigue often associated with cognitive impairment. Other common symptoms
related to both of these conditions include sleep disturbances,
fibromyalgia, and dysautonomias. In pursuing clarification of this
diagnosis, the author was exposed to a contrast in medical opinion
regarding diagnostic tools and criteria that were perceived as creating
potential barriers to the management of patients presenting with these
symptoms.
Conclusion:
Acceptance and awareness of
the possibility that Lyme disease can present as CFS has important
therapeutic and prognostic implications.
KEYWORDS.
Lyme disease, chronic Lyme,
chronic fatigue syndrome, CFS, fatigue.
Depression, Chronic Fatigue
Syndrome, and Fibromyalgia: An Update
Kenneth R. Kaufman, Paul J.
Goodnick.
Centers for Disease Control
criteria for chronic fatigue syndrome (CFS) specifically recognize that
patients can have both CFS and depression. The clinician’s challenge is to
judge for each individual patient whether the complaint of fatigue is
primarily depression, physical illness, such as CFS, or a combination of
both. This review differentiates CFS and fibromyalgia, discussed as
“chronic fatigue syndrome and related immune deficiency syndromes” (CFIDS),
from depression in terms of physical signs, symptoms, biological
parameters, brain imaging, immunology, and treatment. The review focuses
on practical applications of research findings with a further focus on
future ability to show clear biologic separation and specific treatment.
When depressive symptoms exist
with those of CFS, accurate differentiation can usually be accomplished by
focusing on diagnostic criteria. Presence of multiple physical signs and
symptoms of CFIDS may be of great value. In terms of laboratory testing, a
single helpful test may be measuring the plasma cortisol, which is usually
high in depression and low in CFS. Future research should focus on the
combination of plasma cortisol with an index of serotonin function, which
is high in CFIDS and low in depression. Additional research should focus
on neuroimaging and immune differentiation. Combination of multiple tests
should result in a significant and clinically useful separation between
CFIDS and major depressive disorder (MDD).
In treating patients with
significant depression or MDD with CFIDS, one should think of the
noradrenergic approach using bupropion or low-dose tricyclic
antidepressants in combination with a selective serotonin reuptake
inhibitor, especially sertraline, to aid improvement of global, pain, and
immunologic parameters. Alternatively,serotonin norepinephrine reuptake
inhibitors (venlafaxine and duloxetine) should be considered. Future
treatment research should focus on larger placebocontrolled, double-blind
trials of these and other antidepressants as well as the evaluation of
psychostimulants, electroconvulsive therapy (ECT) and
repetitivetranscranial magnetic stimulation (rTMS).
KEYWORDS.
Chronic fatigue syndrome,
fibromyalgia, depression, treatment, neurobiology, endocrine, cortisol,
5HIAA, fludrocortisone, P300, immune modulation, neuro-imaging,
antidepressant, serotonin, psychostimulant, atypical antipsychotic, ECT,
rTMS.
|

Barry Opdam al maanden
"chronisch vermoeid" door "onschuldig" EBV-virus
|
En ik voor de tv maar mopperen dat hij zo traag
werd...
Barry moest een weten dat het voor ons vaak wel
"normaal" is
dat je de helft van de dag op de bank/in bed
ligt.
|

Barry Opdam: ziek zijn beter worden |
|
|
|
ALKMAAR, donderdag
Hij twijfelde sterk, of hij
het wel moest vertellen. Maar als
nuchtere AZ’er
besloot Barry Opdam er geen geheim van te maken, dat hij zich de
afgelopen tijd chronisch vermoeid
voelt.
„Ik begin me langzaam weer wat
lekkerder te voelen.
Maar het was niet normaal, dat ik
om tien uur ’s avonds kapot naar bed ging. Vooral ook, omdat ik
bij thuis-komst om half drie ’s middags meteen op de bank ging
liggen en pas wakker werd, als mijn vriendin drie uur later van
haar werk kwam. Daarom vond ik
het tijd voor een bloedproef.”
De tests wezen een
virus uit, dat iedereen schijnbaar in zijn bloed heeft. „Maar
het uit zich bij stress en te weinig weerstand. Misschien heeft
het te maken met het mislopen van het WK en de contractbesognes
van de laatste tijd. Als je normaal leeft, moet het weer goed
komen.
Het kan een maand duren, maar misschien ook wel een jaar.”
|
|
|
|
|
 |
|
|
Barry Opdam |
Opdam wil het niet als excuus opvoeren voor zijn mindere
spel van de laatste tijd. Hij zegt dat het over 2 x 45 minuten
ook geen probleem mag zijn. De verdediger, die kort-geleden tot
2010 bijtekende, heeft dus duidelijk het vertrouwen van de
Alkmaarse leiding. „Ik merkte het
aan zijn spel en was dus niet ver-baasd, dat dit uit het
onderzoek tevoorschijn kwam”,
zei Louis van Gaal gisteren in de aanloop naar het duel met
Sporting Braga. „Hij heeft er last
van, maar niet zo noemens-waardig dat hij niet kan spelen.”
……..
|
|
|
19
oktober 2006 |
|
|

Antwoorden Minister de Geus op
Kamervragen Vendrik n.a.v. Netwerk-uitzending
|
Kamerlid Vendrik (GroenLinks) heeft onlangs
Kamervragen gesteld aan Minister de Geus n.a.v. een Netwerk-uitzending
over Harry
Toussaid, tot ontzetting van zijn
voormalige werkgever: de Gemeente
Valkenswaard, geen WIA-uitkering krijgt:
klik hier en
hier.
Hieronder kursief weergegeven de
antwoorden van de Minister.
N.a.v. de antwoorden van de Minister Twee
opmerkingen:
-
Blijkbaar worden alleen "experts" die de ziekte
als "somatoforme stoornis" zien, serieus genomen. Medici/experts die
onderbouwd iets anders beweren, zet je weg als kwakzalvers, hun
wetenschappelijke theorieën als "niet-medisch gemotiveerd".
|
Antwoorden op Kamervragen van Vendrik
(GroenLinks)
over de WAO/WIA-keuring van ME/CVS-patiënten
2060700180
Vragen van het lid Vendrik aan de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid over de WAO/WIA-keuring van ME/CVS-patiënten.
(Ingezonden 22 september 2006)
1
Heeft U kennis genomen van de tv-uitzending over Myalgische
Encephalomyelitis/ Chronische-Vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) en de Wet
op de arbeidsongeschikt-heidverzekering/Wet Werk en Inkomen naar
Arbeidsvermogen (WAO/WIA)? 1)
Antwoord 1
Ja
2
Hoe verklaart U dat de ziekte van betrokkene in de uitzending niet
erkend wordt door keuringsartsen van het UWV?
3
Deelt U de mening dat een dergelijk gebrek aan erkenning strijdig is
met de wet?
Zo ja, op welke wijze gaat U bewerkstelligen
dat UWV-artsen de wet uitvoeren?
4
Kunt U garanties geven dat voortaan niemand, die onverhoopt gekeurd
wordt voor de WAO/WIA, wordt geconfronteerd met de praktijk dat de
ziekte ME/CVS niet wordt erkend door de keuringsartsen?
5
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de twee
moties Vendrik terzake? 2)
Antwoord 2, 3, 4 en 5
Door UWV wordt uitvoering gegeven aan het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheids-wetten, waarin het medisch
arbeidsongeschiktheidscriterium (MAOC) is neergelegd. Bij de
verzekeringsgeneeskundige beoordeling gaat het op grond van dit
criterium niet zozeer om het vaststellen van een diagnose als zodanig,
maar om beantwoording van de vraag of sprake is van een logisch
samenhangend geheel van stoornissen, beperkingen en handicaps als
uitingen van ziekte.
Enerzijds betekent dit dat bij het ontbreken
van een exacte diagnose de (verzekerings) arts wel degelijk
stoornissen, beperkingen en handicaps kan vaststellen. Anderzijds
betekent dit dat bij de duiding van een exacte diagnose niet
automatisch sprake zal zijn van het vaststellen van stoornissen,
beperkingen en handicaps. In die zin is de WAO/WIA-beoordeling een
individuele beoordeling los van de gestelde diagnose.
In de uitvoeringspraktijk van UWV is voldoende geborgd dat conform de
bestaande wet- en regelgeving wordt gehandeld, dan wel op eventuele
fouten kan worden teruggnomen. Naar aanleiding van de twee moties
Vendrik heeft UWV de betrokken medewerkers nogmaals geïnstrueerd over
de toe te passen werkwijze.
Daarnaast is de
aandoening ME/CVS één van de diagnoses waarvoor momenteel door de
Gezondheidsraad een protocol wordt ontwikkeld. De Gezondheidsraad
heeft mij laten weten dat het de bedoeling is dit protocol voor het
einde van het jaar vast te stellen.
Uit informatie van UWV heb ik begrepen dat de casus die aan de orde
kwam in de uitzen-ding van Netwerk een beoordeling betrof uit 1999,
waarvan op 23 mei jl. uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van
Beroep (gepubliceerd LJN: AX6809). Uit de betreffende uitspraak van de
Centrale Raad van Beroep blijkt dat door UWV conform de wet- en
regelgeving is gehandeld. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft
het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit van UWV stand
houdt.
De rechtbank stelt vast dat de deskundigen
die menen dat de betrokkene beperkingen heeft tot het verrichten van
arbeid, dit niet voldoende onderbouwen.
De Centrale Raad van
Beroep stelt bovendien vast dat er geenszins sprake is van een vrijwel
eenduidige, consistente en naar behoren medisch gemotiveerde en
verantwoorde opvatting bij de verschillende artsen dat cliënt op de
datum in geding als gevolg van ziekte of gebrek niet of niet geheel in
staat was arbeid te verrichten.
1) Netwerk, 6 september 2006
2) Kamerstukken 28 333, nr. 56 en 30 034, nr. 52
|
|

Vooraankondigingen
konferenties 2007
|
Invest in ME-konferentie 2007
Invest
in ME organiseert haar tweede M.E.-konferentie op 2 en 3 mei 2007 in
London.
Voor
informatie over de eerste konferentie 12 mei 2006:
klik hier,
hier en
hier.
 |
Plaats van handeling:
One Birdcage Walk, Westminster, London |
|
Data:
2
en 3 mei 2007 |
|
|
Sprekers:
|
Dr. Arbhijit Chaudhuri |
Neuroloog/konsultant
Essex Centre of Neurological Science |
|
Professor Kenny De Meirleir |
Professor Fysiologie and Interne Geneeskunde
Vrije
Universiteit Brussel |
|
Dr. Ian Gibson MP |
Parlementslid voor Norwich-Noord
Voorzitter parlementair onderzoek ME
|
|
Professor Malcolm Hooper |
Emeritus Professor Medische Scheikunde,
University of Sunderland |
|
Dr. Byron Hyde |
Nightingale Research Foundation |
|
Dr. Jonathan Kerr |
Sir Joseph Hotung
Senior Lecturer in Ontstekingen
(infekties),
St George's University of London |
|
Dr. Sarah Myhill |
Huisarts en sekretaris van de Society of Allergy, Environmental
and Nutritional Medicine |
|
Professor Basant Puri |
Consultant, Hammersmith Hospital |
|
Dr. Vance Spence |
Voorzitter ME Research UK |
Onderwerpen:
Dag 1 (2 mei 2007)
-
Definities/kriteria
-
Richtlijnen
-
Behandelingen
-
Politiek
-
Verenigingen
-
Kinderen
-
Research
-
Zorg
-
ME
Hulpgroepen
-
Juridische zaken
Dag 2 (3 mei 2007)

klik op bovenstaande logo voor meer informatie
|
|
IACFS-konferentie 2007
De
International Association of Chronic Fatigue Syndrome (IACFS, voorheen
AACFS) organiseert in januari 2007 in Fort Lauerdale haar 8ste
internationale konferentie.
Voor informatie over de laatste IACFS
konferentie: AACFS 2004
klik hier.
. |
Plaats van handeling:
Bahia Mar Beach Resort, Ft. Lauderdale , Florida |
|
Patiëntenkonferentie:
10
en 11 januari 2007 |
|
Wetenschappelijke konferentie:
12, 13 en 14 januari 2007 |
Belangrijkste onderwerpen op de
wetenschappelijke konferentie:
- Vermoeidheid
- Slaap
- Pijn
- Kinderen met M.E./CVS
- Senioren en M.E./CVS
- Genetics (genenaktiviteit)
- Proteomics (eiwitten)
- Epidemiologie
- Hersenfunktie
- Gedragsbeïnvloeding
- Internationaal forum
- Workshops: behandeling,
praktijk

klik op bovenstaand logo voor meer informatie.
|
|
Konferentie ME Research UK
2007
Plaats
van handeling: Edinburgh, Schotland
Datum:
eind mei 2007
Nadere
bijzonderheden volgen nog.
|

Hebben medipsychologen zich
ooit verontschuldigd?
|

Hebben medipsychologen ooit…
tegen AIDS-patiënten gezegd:
Sorry, dat we jarenlang vasthielden aan het
argument
dat jullie levensverwoestende ziekte te wijten
is aan jullie levenstijl?
tegen mensen met een maagzweer
(vrijwel altijd veroorzaakt door de Helicobacter
pilori-bakterie):
Sorry, wij hebben er spijt van we altijd
gesteld hebben dat
maagzweren veroorzaakt worden door stress?
tegen mensen met tuberculose
(een uiterst besmettelijke ziekte, veroorzaakt
door bacillen,
in de meeste gevallen Mycobacterium tuberculosis):
Sorry, dat we verklaard hebben dat
jullie zwakke, nerveuze karakter de oorzaak
was van jullie ziekte?
tegen mensen met epilepsie:
Sorry, dat we beweerd hebben dat epilepsie het
gevolg was van hysterie?
tegen MS-patiënten
(gekenmerkt door afbraak van de myeline:
isolatielaag van de zenuwcellen):
Sorry, dat we heel lang volhielden dat M.S. te
wijten was aan katatonie
(apathie onbeweeglijkheid, gebrek aan
initiatief)?
tegen mensen met posttraumatische dystrofie:
Sorry, dat we jullie pijn en krachteloosheid
teruggevoerd hebben tot
“onverwerkte trauma’s”?
tegen het eerste Nederlandse slachtoffer van
Creutzfeldt-Jakob
(een slopende ziekte, waarbij de hersenen
langzamerhand “vergruizen”):
Sorry, dat we je al die jaren de strikt
noodzakelijke medische zorg
onthouden hebben, door, tot vlak voor je dood,
vol te houden dat
je klachten het gevolg zijn van “konversie”?
enzovoort…
Heeft de beroepsgroep van medipsychologen ooit
een poging gedaan de
schade, die deze patiënten aangedaan werd, te
herstellen, toen duidelijk geworden was dat de oorzaak van deze ziekten
puur lichamelijk was?
Hebben medipsychologen / bio-psycho-sociologen
ooit getracht de geloof-waardigheid die zij deze patiënten ontnomen
hadden, in ere te herstellen?
Of verlieten zij telkens stilletjes het
strijdtoneel om hun “hulp” en “expertise”
aan te bieden bij de volgende “medische
onverklaarbare” aandoening?
Hoeveel voorbeelden heeft de samenleving nodig,
voordat zij medipsycho-logen belet om telkens weer ten onrechte te
verklaren dat een bepaalde groep patiënten “schuldig is aan een
biopsychosociale ziekte, totdat het tegendeel bewezen is”?
Het oorspronkelijke idee voor bovenstaande
aanklacht is van Erik Johnson:
Have psychologizers ever ONCE apologized
(voor de originele tekst:
klik hier). |

Studie Maes et al:
CVS-patiënten hebben meer
antilichamen in het bloed
tegen zeven specifieke bakteriën
die normaal in de darmen
tegengehouden worden.
|
Maes
en anderen hebben aangetoond dat in het bloed van mensen met CVS
signifikant (dus aantoonbaar) grotere hoeveelheden antilichamen tegen
zeven enterobakteriën voorkomen.
Enterobakteriën zijn bakteriën die in de darmen voorkomen en daar
tegengehouden worden.
Deze
enterobakteriën en de grotere doorlaatbaarheid van de darmen (lekke
darm-syndroom) lijken direkt bij te dragen aan CVS. Het lijkt er sterk op
alsof de bakteriën via de lekke darm in de bloedbaan terechtkomen waar
antilichamen tegen de indringers aangemaakt worden.
Dit kan afgeleid worden uit het
feit dat niet alleen de IgA-antistoffen verhoogd zijn (IgA-anti-stoffen
voorkomen dat bakteriën zich hechten aan het slijmvlies van luchtwegen
darmen en urinewegen/geslachtsorganen), maar ook de
IgM-antistoffen, die de bloedbaan beschermen.
De
enterobakteriën en de reaktie van het afweersysteem lijken een voorname
rol te spelen in het verschijnsel prikkelbare-darm. Dit staat, volgens
Maes, haaks op de visie van psycheuten.
De
auteurs stellen voor dat voortaan bij alle CVS-patiënten de
IgA-antilichamen tegen deze gram-negatieve bakteriën (waar de zeven
darmbakteriën toe behoren) bepaald worden.
Ook
bevelen de auteurs aan om de grote doorlaatbaarheid van de darmen te
behandelen.
Samenvatting:
J Affect Disord. 2006 Sep 26; [Epub
ahead of print]

There is now evidence that chronic fatigue syndrome (CFS) is accompanied
by immune disorders and by increased oxidative stress.
The present study has been designed in order to examine the serum
concentrations of IgA and
IgM to LPS of gram-negative
enterobacteria, i.e. Hafnia alvei; Pseudomonas aeruginosa, Morganella
morganii, Proteus mirabilis, Pseudomonas putida, Citrobacter koseri, and
Klebsiella pneumoniae in CFS patients, patients with partial CFS and
normal controls.
We found that the prevalences and median values for serum IgA against the
LPS of entero-bacteria are significantly greater
in patients with CFS than in normal volunteers and patients with partial
CFS. Serum IgA levels were significantly correlated to the severity of
illness, as measured by the FibroFatigue scale and to symptoms, such as
irritable bowel, muscular tension, fatigue, concentration difficulties,
and failing memory.
The results ** show that enterobacteria are
involved in the etiology of CFS and that an increa-sed
gutintestinal permeability has caused an immune response to the LPS of
gram-negative enterobacteria. It is suggested that all patients with CFS
should be checked by means of the IgA panel used in the present study and
accordingly should be treated for increased gut permeability.
Keywords:
Chronic fatigue syndrome;
Inflammation; Immunity; Autoimmune; IgA; Enterobacteria; Gut permeability;
Oxidative stress; Leaky gut.
**

bron:
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&dopt=AbstractPlus
&list_uids=17007934&query_hl=1&itool=pubmed_docsum
|

Kamervragen Vendrik over
(her)keuringen M.E. en CVS-patiënten
n.a.v. Netwerk-uitzending van
6 september 2006
|
Kamerlid Vendrik (GL) heeft n.a.v. een uitzending
van Netwerk op 6 september (klik
hier) Kamervragen gesteld aan de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid de Geus.
|
Vragen van
het lid Vendrik (GroenLinks) aan de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid over de WAO/WIA-keuring van ME/CVS-patiënten.
|
|
|
|
|
Inhoud: |
Vragen naar
aanleiding van een uitzending van het tv-programma Netwerk over het al
dan niet 'erkennen' van deze ziekte door keuringsartsen van het UWV.
Daarnaast wordt gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot de
twee moties-Vendrik over dit onderwerp (kamerstukken 28333, nr. 56 en
30034, nr. 52). |
|
Rubriek(en): |
Gezondheidszorg
(Ziekten en ziektepreventie)
Sociale zekerheid (Arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen (Ziektewet,
WAO, IOAW, IOAZ, WAZ, WAJONG)) |
|
Trefwoorden: |
Medische
keuringen
WIA
Ziekten |
|
Vindplaats: |
Kamervragen
2006-2007, vraagnr. 2060700180, Tweede Kamer |
|
Vraagnummer: |
2060700180 |
|
Indiener: |
Vendrik
(GroenLinks) |
|
Datum indiening: |
22-09-2006 |
|
Document-id: |
V060700180 |
|
Omvang: |
1 pag. |
1
Heeft u kennis
genomen van de tv-uitzending over Myalgische Encephalomyelitis/
Chronische-Vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) en de Wet op de
arbeidsongeschiktheid-verzekering/Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen
(WAO/WIA) *1?
2
Hoe verklaart u
dat de ziekte van betrokkene in de uitzending niet erkend wordt door
keuringsartsen van het UWV?
3
Deelt u de mening
dat een dergelijk gebrek aan erkenning strijdig is met de wet?
Zo ja, op welke
wijze gaat u bewerkstelligen dat UWV-artsen de wet uitvoeren?
4
Kunt u garanties
geven dat voortaan niemand, die onverhoopt gekeurd wordt voor de WAO/WIA,
wordt geconfronteerd met de praktijk dat de ziekte ME/CVS niet wordt
erkend door de keuringsartsen?
5
Wat is de stand
van zaken met betrekking tot de uitvoering van de twee moties Vendrik
terzake? *2
*1 Netwerk, 6
september 2006.
*2 Kamerstukken 28
333, nr. 56 en 30 034, nr. 52.
Kamervragen etc. vindt U terug op:
http://parlando.sdu.nl/cgi/login/anonymous.
Zoeken
uitgebreid, rechtsboven in het scherm, op nummer of indiener of onderwerp.
|

Samenvattingen, konklusies of
teksten van deze website gebruiken?
|

Als je teksten van deze website wit gebruiken,
bijvoorbeeld om op forums te plaatsen, geen probleem! Het is wel netjes om
even toestemming te vragen en je bron te vermelden....
|

Overzichtstudie dr. Kerr en
dr. Davenur
CFS: de stand van zaken
|
Dr.
Kerr en dr. Davenur schetsen in een overzichtsartikel de stand van zaken
m.b.t.:
-
diagnose,
-
oorzaken,
-
behandeling en
-
prioriteiten m.b.t. wetenschappelijk onderzoek in de nabije toekomst.
|
Chronic
fatigue syndrome.
J Clin Virol.
2006 Sep 13
[Epub ahead of print]
Devanur LD, Kerr JR.
Chronic fatigue syndrome
(CFS) is thought to have a worldwide prevalence of 0.4-1% with
approximately 240,000 patients in the UK. Diagnosis is based on
clinical criteria and critically depends on exclusion of other
physical and psychiatric diseases. Studies of pathogenesis have
revealed immune system abnormalities and chronic immune activation,
dysfunction of the hypothalamic-pituitary-adrenal (HPA) axis, brain
abnormalities, evidence of emotional stress (comprising host aspects)
and evidence of exogenous insults, for example, various microbial
infections (Epstein-Barr virus, enteroviruses, parvovirus B19,
Coxiella burnetii and Chlamydia pneumoniae), vaccinations and exposure
to organophosphate chemicals and other toxins (comprising
environmental aspects). Emotional stress appears to be very important
as it reduces the ability of the immune system to clear infections,
it's presence has been shown to determine whether or not an individual
develops symptoms upon virus infection, and it leads to activation of
the HPA axis. But, emotional stress is distinct from depression, the
presence of which precludes a diagnosis of CFS. There is no specific
treatment for CFS other than the much underutilised approach of
specific treatment of virus infections. Current priorities are to
understand the molecular pathogenesis of disease in terms of human and
virus gene expression, to develop a diagnostic test based on protein
biomarkers, and to develop specific curative treatments.
PMID: 16978917 [PubMed - as supplied by
publisher]
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&
dopt=AbstractPlus&list_uids=16978917&query_hl=1&itool=pubmed_docsum |
1. Diagnose
Deze
paragraaf is zeer kort bevat weinig nieuws (de 1994-kriteria zijn
momenteel de standaard voor de diagnose van CFS) op, met uitzondering van
de opmerking van de auteurs dat men een specifieke en gevoelige eiwitmarkers
ontdekt heeft.
2. Pathogenese
In de
paragraaf pathogenese (hoe wordt de ziekte veroorzaakt?) wordt op zeer
systematische wijze de afwijkingen die tot nu toe gevonden zijn,
samengevat.
De
afwijkingen worden onderverdeeld naar de patiënt en omgevingsfaktoren.
3. Behandeling
In
deze pararaaf vat de specifieke en algemene reguliere en "alternatieve"
middelen samen, die nu al gebruikt kunnen en moeten worden (bijv. om
infekties te bestrijden).
4. Prioriteiten bij toekomstige
onderzoek
Het
betreft hier met name de prioriteiten die dr. Kerr en kollega's voor
zichzelf zien.
ad 2. Pathogenese: ontstaan van
de ziekte
De
auteurs maken in deze paragraaf een onderscheid in de patiënt en zijn
omgeving.
Patiënt
P1
Afwijkingen in de immuunresponse (werking van het afweersysteem)
Een
van de meest relevante konstateringen in dit overzichtsartikel luidt:
|
We
recognise that
the immune
system plays a crucial role in the pathogenesis of CFS,
however,
the precise role played by the immune response remains to be clarified.
vrij
vertaald:
Een
ontregeld afweersysteem speelt een centrale rol in de oorzaak van
M.E./CVS.
|
De
ontregeling uit zich met name in verminderde werking van NK-cellen en de
Th1->Th2-shift (de produktie van IFN-gamma en TGF-beta-1 is aanzienlijk
verminderd, er is sprake van een hogere produktie van IL-4 door T
helper-cellen en CD8 T-cellen).
Een
ander zeer belangrijk citaat uit deze studie:
|
Taken
together, these findings suggest
that an
underlying infection may be present in these individuals and
that the
immune system is chronically activated in response.
vrij vertaald:
De afwijkingen
in de werking van het afweersysteem wijzen op/kunnen verklaard worden
door een chronische infektie die het afweersysteem permanent
aktiveert. |
Zie
ook het citaat hieronder bij de paragraaf infekties.
P2
Endokriene afwijkingen (werking
van het hormonale systeem)
De
HPA-as richt zich op het herstellen van een lichamelijk evenwicht bij
(fysieke en psychologische) stress. Afwijkingen die regelmatig die in dit
verband gevonden zijn:
-
minder
cortisol (stresshormoon): vermoedelijk veroorzaakt door uitputting als
gevolg van het feit dat de HPA-as permanent overaktief is (geweest) en
-
aanwezigheid van antilichamen voor het ACTH-hormoon .
Er is
een direkte relatie tussen afweersysteem en hormoonhuishouding (HPA-as).
De
cytokines IL-1 en IL-6 (boodschapperstoffen van het afweersysteem)
aktiveren de HPA-as, hetgeen leidt tot de aanmaak van cortisol, waardoor
het afweersysteem onderdrukt wordt. Het gevolg: chronische en nieuwe
infekties. Dit kan weer leiden tot aanmaak van IL-6 (en een
Th1->Th2-shift). Ook stress leidt tot de aanmaak van IL-6.
Een
kip-en-ei-probleem lijkt het:
-
veroorzaakt de infekties het probleem en versterkt stress het probleem? of
-
veroorzaakt stress het probleem en ontstaan daardoor infekties (zoals "Nijme-gen",
prof. van Houdenhove en dr. Reeves/CDC ons willen doen geloven).

In dat
verband is het volgende citaat uiterst relevant:
|
It is likely
that HPA axis dysfunction is not the cause of CFS,
but that it is
secondary to the primary pathogenesis.
However, once
invoked, HPA axis dysfunction may act to contribute towards the
perpetuation of the illness. |
Oftewel:
de
HPA-as speelt, eenmaal geaktiveerd, een belangrijke rol in de vicieuze
cirkel afweersysteem onderdrukt -> infekties -> chronisch aktieve HPA-as/cortisol-aanmaak.
Het
probleem wordt waarschijnlijk in het begin veroorzaakt door infekties (bij
een zwak afweersysteem). De HPA-as draagt bij aan de instandhouding van de
ziekte.
Als
het probleem inderdaad primair veroorzaakt wordt door (chronische)
infekties en een verzwakt afweersysteem, dan mogen we de volgende harde
konklusie trekken:
Emotionele/psychologische stress en te grote fysieke inspanning houdt de
vicieuze cirkel: verslechterde werking/aktivering van het afweersysteem en
infekties, in stand!
Dan
draagt stress m.b.t. het wel of niet krijgen van een uitkering, inspanning
boven een minimumnivo, bekvechten met huisartsen direkt bij tot de
ziekte/verslechtering.
Het is
te hopen dat deze vaststelling eindelijk doordringt bij de boze
buitenwereld!

P3
Zenuwstelsel (met name de hersenen)
In dit
kader plaatsen Kerr/Devanur opmerkingen m.b.t.:
-
slechtere doorbloeding van de hersenen, inklusief verschillen in de
doorbloeding hersenen tussen depressieve mensen en CFS,
-
vermindering van de grijze hersen-massa,
-
verminderd aantal/verminderde werking van serotonine-receptoren van de
zenuwcellen (waardoor te veel seronotine vrij circuleert in de hersenen),
-
verminderde glucose-stofwisseling (t.b.v. de aanmaak van energie/ATP),
-
verminderde hoeveelheden N-acetyl-aspartaat (een marker voor
hersenfunktie), verminderde reaktiesnelheid bij het verwerken van
taal/simpele opgaven en
-
veronderstelde grote doorlaatbaarheid van de bloed-hersen-barriere
(infekties?).
Opmerking FT:
Afwijkingen in het resterende deel van het zenuwstelsel (bijv. ruggenmerg:
schade, afwijkende eiwitten, infekties) komen in deze overzichtsstudie
nauwelijks aan bod.
P4
Emotionele stress
Emotionele stress (iets anders dan depressie, want dat is door de diagnose
CFS uitgesloten) speelt een belangrijke rol in de instandhouding van de
ziekte (niet als oorzaak, maar als belastende faktor). Daarmee draagt ook
de druk/het onbegrip van de buitenwereld een belangrijke steen bij aan het
ziek blijven en zieker worden.....
Zie
verder [2 endokriene afwijkingen] en de relatie
HPA-as-afweersysteem-infekties.
Omgevingsfaktoren
O1
Infekties
O1a
Infekties/algemeen
Veel
gevallen van CVS worden veroorzaakt door een infektie.
Deze
bewering kan onderbouwd worden door de volgende argumenten:
-
aantoonbare infekties bij patiënten die zich in een vroeg stadium melden,
-
de
uitbraak van epidemieën (met verschillende pathogenen)
-
een
deel van mensen die een specifieke infektie, bijv. parvorvirus of EBV,
oplopen en die daarna gevolgd worden, ontwikkelen later een post-viraal
vermoeidheidssyndroom dat voldoet aan de kriteria voor CVS (1994).
Er
zijn twee mogelijkheden m.b.t. de rol van infekties:
-
of de
infektie veroorzaakt de ziekte, maar houdt die niet in stand: hit-and-run,
-
of de
ziekte wordt veroorzaakt door een persistente, lees: chronische, infektie.
Kerr
en Devanur wijzen erop dat sommige virussen etc. de ziekte in stand
houden.
Zij
veronderstellen dat verschillende pathogenen in staat zijn CVS te
veroorzaken en dat het feit of iemand met een specifieke infektie CVS
krijgt afhankelijk is van de genetische aanleg, de mate waarin het
afweersysteem onder druk staat op het moment van infektie (bijv. als
gevolg van stress/trauma en vorige infekties) et cetera.
O1b
Infekties/specifiek
De
auteurs bespreken een aantal specifieke infekties waarvan aangetoond is
dat deze de ziekte kunnen veroorzaken en in stand houden, zijn:
Een
belangrijke opmerking in dit verband (zie ook ad 3. specifieke
behandeling):
|
However, infections are known to trigger and
perpetuate the disease in many cases.
Therefore, one potentially valuable approach which
has not yet been widely adopted in the management of CFS patients is
to exhaustively investigate such patients in the hope of identifying
evidence for a specific persistent infection.
If such evidence is found, then a trial of the
relevant anti-microbial drug(s) may then be warranted.
There are many infectious agents which are known to
trigger and perpetuate CFS, and which have been or may be targetted
with anti-microbial therapy. |
Kortom, individuele infekties in belangrijke mate (mede) de ziekte
veroorzaken en die individuele infekties kunnen bestreden worden m.b.t.
antibiotika, antiviralen etc.
O2
Giftige stoffen
Schadelijke stoffen die (mogelijk) bijdragen aan M.E./CVS zijn:
-
Organofosfaten en
-
Ciguatera fish toxine.
O3
Vaccinaties
Vaccinaties kunnen volgens sommige studies M.E./CVS veroorzaken. Er is een
relatie aangetoond tussen het aantal gelijktijdige vaccinaties en het
golfoorlogsyndroom.
Van de
aan sommige typen vaccinaties toegevoegde stof pertussis wordt beweerd dat
die stof bijdraagt aan een Th2-shift!
ad 3. Behandeling
Kerr
en Devanur maken onderscheid tussen specifieke en algemene
therapieën.
B1
Specifieke therapieën
Specifieke therapieën hebben met name betrekking op specifieke infekties.
Twee
belangrijke vaststellingen in dit kader zijn:
|
There are sufficient infections whose association with
CFS is prominent... |
|
This approach
[de specifieke infekties bestrijden m.b.v. reguliere geneesmidde-len
die voor die infekties beschikbaar zijn, FT] is standard in the
management of patients with pyrexia of unknown origin (PUO), often
with good results.
So, why is it
such a barrier for us to apply
these simple
and universally accepted practices to
a disease in
which infection frequently plays a major role? |
Slechts enkele
geneesmiddelen waarvan het effekt door studies bewezen is.
|
Pathogeen
kan persistente infekties
veroorzaken |
Behandeling (geneesmiddel)
Stofnaam [merknaam] |
|
Enteroviruses |
Interferon alfa en gamma |
|
Epstein-Barr virus (EBV) |
Valacyclovir [Valtrex] |
|
Cytomegalovirus (CMV) |
Cidofovir [Vistide] |
|
Human herpes virus-6 (HHV-6) |
Cidofovir [Vistide] |
|
Parvovirus B19 |
IVIG (intravaneuze
immunoglobulines) |
|
Hepatitis C |
Interferon/ribavirin
[Rebetol, Copegus] |
|
Chlamydia pneumoniae |
Antibiotika (tetracyclines),
bijv. clarithromycine |
|
Coxiella burnetii |
Antibiotika (tetracyclines),
bijv doxycycline en minocycline. |
Daarnaast melden de auteurs dat cortisol=hydrocortisone
(stresshormoon/bijnieren) in staat is gebleken de abnormale werking van de
HPA-as (zie boven) te korrigeren.
B2
Algemene therapieën
Een
aantal algemene geneesmiddelen en supplementen (kwakzalverij volgens de
heer Fluks en anderen) die bij specifieke patiënten effektief gebleken
zijn, zijn:
Reguliere geneesmiddelen
De meningen over anti-depressiva, NSAIDs,
bloeddrukverhogers zijn sterk verdeeld.
Supplementen
-
Vitaminen en mineralen (hoge kwaliteit bereiding),
-
Anti-oxidanten (vitamine B12, glutathione, superoxide dismutase etc.) om
de schadelijke effekten van oxidatieve stress, lees; vrije radikalen, te
verminderen,
-
L-glutamine,
-
L-carnitine en
-
Essentiële vetzuren, zoals EPA (omega-3) i.v.m. hun antivirale en
afweersysteem-herstellende werking.
Psychologische therapieën
(m.n.
gedragstherapie/CGT en graduele inspanningstherapie/GET)
Drie
essentiële konklusies van de auteurs van dit artikel m.b.t. CGT/GET zijn:
|
Numerous
studies have been conducted to determine the effect of graded exercise
therapy on patients with CFS despite the fact that it is known to have
a detrimental effect on many patients. |
CGT/GET
hebben een negatieve werking op de klachten van veel van de patiënten!
|
While some studies report benefit of CBT, this is
admitted by it’s proponents to be a minor benefit and not a cure. |
Zelfs
de voorstanders van gedragstherapie geven toe dat het effekt minimaal is.
[In
dat geval verzinnen zij drogredenen, zoals kontakt met medepatiënten, de
sto-rende invloed van geneesmiddelen/andere therapieën en juridische
procedures, FT]
|
In addition, a significant proportion of patients show
no improvement following CBT |
Dus
samengevat is het eindoordeel over CBT/GET:
-
schadelijk voor een groot deel van de patiënten,
-
geen
verbetering bij veel patiënten en
-
als er
al verbetering is, is het effekt minimaal!
ad 4. Prioriteiten bij
toekomstige onderzoek
Het
betreft hier met name de prioriteiten die dr. Kerr en kollega's voor
zichzelf zien:
-
het
verklaren van de ziekte: de afwijkingen en hun oorzaak (de pathogenese),
-
het
ontwikkelen van een diagnostische test: genenaktiviteit- of eiwitmarker,
en
-
het
ontwikkelen van een effektieve behandeling voor M.E/CVS-patiënten.
Voor
een toelichting op de prioriteiten van dr. John Kerr en kollega's verwijs
ik graag naar een artikel dat dr. Kerr recent uitbracht over dit
specifieke onderwerp:
klik hier.
|

Samenvattingen
Special Journal of Chronic
Fatigue Syndrome
over kinderen met M.E./CVS
|
 |
Journal of Chronic Fatigue Syndrome
ISSN: 1057-3321
Jaargang:
13 (2006)
Nummers:
2/3
Uitgever: The Haworth
Press
nog niet
verschenen
bron:
klik hier (PDF-versie:
klik hier) |
ORIGINAL
RESEARCH
A Pediatric Case Definition
for
Myalgic Encephalomyelitis and Chronic Fatigue Syndrome.
Page Range: 1 - 44
DOI: 10.1300/J092v13n02_01
Leonard A Jason, David S. Bell, Kathy Row, Elke L. S. Van Hoof, Karen
Jordan, Charles Lapp, Alan Gurwitt, Teruhisa Miike, Susan Torres-Harding,
Kenny De Meirleir.
For a
diagnosis chronic fatigue syndrome (CFS), most researchers use criteria
that were developed by Fukuda et al. (1994), with modifications suggested
by Reeves et al. (2003). However, this case definition was established for
adults rather than children. A Canadian Case Definition (ME/CFS; Myalgic
Encephalomyelitis/CFS) has recently been developed, with more specific
inclusion criteria (Carruthers et al., 2003). Again, the primary aim of
this case definition is to diagnose adult CFS. A significant problem in
the literature is the lack of both a pediatric definition of ME/CFS and a
reliable instrument to assess it. These deficiencies can lead to cri-terion
variance problems resulting in studies labeling children with a wide
variety of symptoms as having ME/CFS. Subsequently, comparisons between
articles be-come
more difficult, decreasing the possibility of conducting a meta-analysis.
This article presents recommendations developed by the International
Association of Chronic Fatigue Syndrome Pediatric Case Definition Working
group for a ME/CFS pediatric case definition. It is hoped that this
pediatric case definition
will lead to more appropriate identification of children and adolescents
with ME/CFS.
Keywords:
Pediatric CFS, definition, pediatric questionnaire.
Pediatric Chronic Fatigue Syndrome and Muchausen-by-Proxy:
A Case
Study
Page Range: 45 - 53
DOI: 10.1300/J092v13n02_02
E. Van Hoof, P. De Becker, K. De Meirleir
Pediatric chronic fatigue
syndrome (CFS) posits even more challenges for profes-sional
caregivers in comparison with adult CFS samples. Most children with CFS
display a decrease in school attendance and a decrease in social
activities. As several conditions such as school phobia, primary
psychiatric disorders or family disturbance present the same
characteristics, the diagnostic process appears more complex. Family
disturbance, moreover, is often specified as child abuse, neglect or even
Muchausen-by-proxy. As skepticism is frequently associated with a diag-nosis
of CFS, patients and parents must fend for themselves fighting allegations
of child abuse and neglect. This case study illustrates what happens when
such allegations are put forward.
Keywords:
Muchausen-by-proxy, pediatric
chronic fatigue syndrome, child protective services.
Psychosocial and Physical Impact of Chronic Fatigue
in a
Community-Based Sample of Children and Adolescents.
Page Range: 55 - 74
DOI: 10.1300/J092v13n02_03
Susan R. Torres-Harding, Karen Jordan, Leonard A. Jason PhD, Renee Arias.
Background:
Few
studies have examined the problem of chronic fatigue in children and
adolescents and its potential impact on functioning. Chronic fatigue may
have a negative impact on school functioning, family activities,
psychological well-being, physical functioning, and severity of medical
symptomatology.
Objectives:
This
study compared psychosocial, family, and physical functioning between a
randomly selected community based sample of 36 children and adolescents
with chronic fatigue and a group of 21 children and adolescents without
fatigue.
Methods:
Children
and parents completed a comprehensive medical history questionnaire and
questionnaires assessing psychological functioning, family functioning,
and school attendance.
Results:
Results
indicated that children with chronic fatigue tended to have more
difficulties in overall physical and psychological functioning, as
measured by the Child Health Questionnaire and the Child Behavior
Checklist. In addition, children in the chronic fatigue group experienced
disruptions in a range of activities and reported more severe physical
symptomatology when compared to children without fatigue.
Conclusions:
Findings
suggest that children and adolescents with chronic fatigue may have a
range of associated difficulties, including limitations in physical and
psychosocial functioning and a negative impact on the ability to engage in
normative activities.
Keywords:
Chronic
fatigue, children, adolescents, psychosocial functioning, physical
functioning.
SHORT
ARTICLE
Prevalence of Pediatric Chronic Fatigue Syndrome
in a
Community-Based Sample.
Page
Range: 75 - 77
DOI: 10.1300/J092v13n02_04
Karen M. Jordan, Leonard A. Jason PhD, Cynthia J. Mears, Ben Z. Katz,
Alfred Rademaker, Cheng-Fang Huang, Judith Richman, William McCready,
Penny M. Ayers, Kari K. Taylor
THEORY
USED IN CLINICAL PRACTICE
Guidelines for the Diagnosis of Pediatric Chronic Fatigue Syndrome:
Things Parents Need to Know.
Page Range: 79 - 88
DOI:
10.1300/J092v13n02_05
S. D.
Bell, E. Van Hoof
In this special issue of the
Journal of Chronic Fatigue Syndrome, chronic fatigue syndrome (CFS) in
children and adolescents is specifically addressed. It is a topic long
overdue. It is my sincere hope that the criteria presented here will begin
a process of rigorous clinical testing and refinement so that
pediatricians and other medical providers will come to have a reliable and
accepted way of making the diagnosis of ME/CFS in a person under 18 years
of age. This short review is meant for parents and other caregivers as a
brief summary of the guidelines that may be of value. The primary role of
these guidelines is to present a strict and rigorous definition that can
be tried and tested. This summary is to make the process of diagnosis
somewhat easier for parents and caregivers alike until the testing process
is completed. Therefore, for more detailed symptom description and
exclusionary illness description, I would refer the reader to the primary
article. Professional caregivers and clinicians may offer this article
available to inform parents with a child or/ adolescent suffering from
CFS.
Keywords:
Pediatric chronic fatigue
syndrome, parents, diagnosis.
Recognizing Pediatric CFS in the Primary Care Practice:
A
Practicing Clinician's Approach.
Page Range: 89 - 96
DOI: 10.1300/J092v13n02_06
Charles W. Lapp MD.
Pediatricians and primary care physicians may be uncomfortable diagnosing
Chronic Fatigue Syndrome in children because a good diagnostic tool has
not been available. Deferring a diagnosis, however, may lead to
apprehension, over-utilization of medical resources in a search for
validity, a delay in treatment, and possibly inappropriate coping
techniques. This case-based article discusses symptoms and signs seen in
adolescent patients with CFS, evaluation of suspect cases, and both
current and future diagnostic case definitions.
Keywords:
Pediatric chronic fatigue syndrome, primary care, diagnosis.
REVIEW
Chronic Fatigue Syndrome in Children and Adolescents
.
Page
Range: 97 - 115
DOI: 10.1300/J092v13n02_07
James M. Oleske MD, MPH, Kenneth J. Friedman PhD, Kenneth R. Kaufman MD,
MRCPsych, Donna Palumbo LCSW, Jonathan Sterling MA, Terri Lynn Evans RN.
Objective:
An overview of the unique
aspects of Chronic Fatigue Syndrome in children and adolescents (CACFS) is
herein provided for healthcare professionals who may be called upon to
diagnose and/or treat this illness. Young age of onset, puberty, and
interactions with peers and the educational system provide greater
diagnostic and treatment challenges than found with adult onset CFS.
Method:
A review of diagnostic
procedures and treatment protocols found in the contemporary literature is
coupled with the professional experiences of the authors in treating CACFS
to delineate the roles and responsibilities of family, healthcare
providers and educators in diagnosing, treating and supporting the CACFS
patient.
Results:
Areas discussed include:
pathogenesis, patient evaluation, clinical evaluation, laboratory
evaluation, treatment options, psychological issues, role of schools, and
the roles of primary and tertiary care providers.
Conclusion:
CACFS can be diagnosed and
treated with varying levels of success if all the professionals involved
in the treatment program have a clear understanding of their roles and
responsibilities. Primary care physicians, pediatricians, other
subspecialists, family members, social workers and educators, may all be
called upon to participate in the treatment program of CACFS. While it is
best to have one, compassionate physician in charge of care, the CACFS may
benefit from the inclusion of specialized treatment options available from
or through a tertiary care provider. To the extent possible,
socialization, education and psychological support of the CACFS should be
provided.
Keywords:
Pediatrics, review, patient evaluation, psychology, primary care, tertiary.
|

Telegraaf n.a.v. promotie van
der Putte:
Jonge
CVS-patiënten reageren overdreven op prikkels
|

Vraagje:
Zou
mevrouw van der Putte mogelijke lichamelijke verklaringen van die
"overdreven" reaktie op bijvoorbeeld pijnprikkels, zoals die van dr.
Salter (voor meer informatie
klik hier en
hier), serieus in overweging nemen? Ik zo
heb mijn twijfels....
Vraagje:
Moeten
vaders van kinderen met een maagzweer of kinderen met M.S. eigenlijk ook
in therapie?
|

Lezingen M.E.-konferentie Invest in ME
12 mei 2006
gepubliceerd in Journal of Clinical
Pathology
|
Vijf van de lezingen van de internationale Invest
in ME konferentie op 12 mei 2006 in Londen (voor informatie
klik hier en
hier) zijn gepubliceerd in Journal of Clinical Pathology.
Het betreft de lezingen van
Ian Gibson (parlementarier, voorzitter
parlementair onderzoek),
Jane Colby (Thymes Trust, dat zich richt zich op
kinderen met ME/CVS),
Bruce Carruthers (voorzitter panel deskundigen
die de Canadese kiriteria opgesteld hebben),
Basant Puri (gespecialiseerd in het verband
tussen CVS en essentiele vetzuren) en
Malcolm Hooper (pleitbezorger van
M.E./CVS-patiënten en mensen met Golfoorlogsyndroom).
Definitions and aetiology
of Myalgic Encephalomyelitis (ME):
how the Canadian Consensus
Clinical Definition of ME works.
J Clin Pathol. 2006 Aug 25;
Carruthers B.
Galiano, Canada
[Epub ahead of print]
A perspective on the various
definitions of ME and the process of discovering its aetiology has been
taken. The importance of clinical guidelines has been emphasised to
encourage clinicians to provide the clear descriptions of their individual
patients required for proper clinical activity; diagnosis, estimation of
severity of impact, prognosis, treatment, and rehabilitation. This
individual knowledge is informed by general and (hopefully) publicly
confirmed knowledge resulting from scientific research during the second
person interaction which lies at the core of the clinical encounter. Both
types of knowledge are essential.
PMID: 16935963 [PubMed - as
supplied by publisher]
http://jcp.bmjjournals.com/cgi/content/abstract/jcp.2006.042754v1
Special problems of
children with ME/CFS and the enteroviral link.
J Clin Pathol. 2006 Sep 11;
Colby J.
Tymes Trust, United Kingdom
[Epub ahead of print]
Since 1997, it has been known
that ME/CFS constitutes the biggest cause of long term sickness absence
from school, in both staff and pupils. The scale of the problem in
children is substantial, and the pattern of illness in schools suggests a
prominent role for virus infection, for example, the clustering of cases.
The Dowsett/Colby study of 1997, researching long term sickness, reported
on a school roll of 333,024 pupils and 27,327 staff, and found a
prevalence of 70/100,000 in pupils and 500/100,000 in staff; 39% of cases
were in clusters of 3 or more. The peak age was 14-16 years. The illness
is known to be potentially very severe and chronic. In addition, the Tymes
Trust has reported that many affected children struggle for recognition of
their needs and feel bullied by medical and educational professionals.
Children should have time to recover sufficiently before returning to
school; sustainable, energy-efficient and often home-based education is
important here, to fulfil legal obligations. Research is needed into
viruses that trigger childhood ME, for example, enteroviruses, and into
the neurocognitive defects caused by ME. We should recognise the value of
previous biological research and records of outbreaks and I recommend that
ME be made notifiable due to the encephalitic nature of the effects
commonly reported in this illness.
PMID: 16935964 [PubMed - as
supplied by publisher]
http://jcp.bmjjournals.com/cgi/content/abstract/jcp.2006.042606v2
(versie 2)
http://jcp.bmjjournals.com/cgi/content/short/jcp.2006.042606v3
(versie 3)
A
new look at
Chronic Fatigue Syndrome / Myalgic Encephalomyelitis (CFS/ME)
J Clin Pathol. 2006 Aug 25;
Ian Gibson
House of Commons,
United Kingdom
[Epub ahead of print]
Accepted 31 July 2006
Published Online First: 25 August 2006.
doi:10.1136/jcp.2006.042432
It has been three years since the Chief Medical Office reported on CFS/ME
and the time has come for a thorough investigation by an All Party Group
drawn from the House of Commons and the House of Lords. We have
received many written submissions and are engaged in taking oral evidence
in 2-hour sessions, which we open to the public as well as interested
groups. The group has received a fantastic response to its requests for
written evidence over the last few months. Questions that arise for a
government response are the lack of provision and support for CFS/ME
patients, the issue of the clinical definition of CFS/ME, the need for a
diagnostic test for CFS/ME, effectiveness of the NICE guidelines, and
criteria used to decide which treatments are best for patients with
CFS/ME.
Keywords:
Chronic Fatigue Syndrome, Myalgic encephalomyelitis
http://jcp.bmjjournals.com/cgi/content/abstract/jcp.2006.042432v1
Long-chain polyunsaturated
fatty acids and the pathophysiology of myalgic encephalomyelitis (chronic
fatigue syndrome).
J Clin Pathol. 2006 Aug 25;
Puri BK.
Hammersmith Hospital, United
Kingdom.
[Epub
ahead of print]
Evidence is put forward to
suggest that myalgic encephalomyelitis, also known as chronic fatigue
syndrome, may be associated with persistent viral infection. In turn, such
infections are likely to impair the ability of the body to biosynthesize
n-3 and n-6 long-chain polyunsaturated fatty acids by inhibiting the
delta-6 desaturation of the precursor essential fatty acids alpha-linolenic
acid and linoleic acid. In turn, this would impair the proper functioning
of cell membranes, including cell signalling, and have an adverse effect
of the biosynthesis of eicosanoids from the long-chain polyunsaturated
fatty acids dihomo-a-linolenic acid, arachidonic acid and eicosapentaenoic
acid. These actions might offer an explanation for some of the symptoms
and signs of myalgic encephalomyelitis. A potential therapeutic avenue may
be offered by bypassing the inhibition of the enzyme delta-6-desaturase by
administering both virgin cold-pressed non-raffinated evening primrose oil
and eicosapentaenoic acid. The former would supply gamma-linolenic acid
and lipophilic pentacyclic triterpenes. The gamma-linolenic acid can
readily be converted into dihomo-a-linolenic acid and thence arachidonic
acid, while triterpenes have important free radical scavenging,
cyclooxygenase and neutrophil elastase inhibitory activities. Furthermore,
both arachidonic acid and eicosapentaenoic acid are, at relatively low
concentrations, directly virucidal.
PMID: 16935966 [PubMed - as
supplied by publisher]
http://jcp.bmjjournals.com/cgi/content/abstract/jcp.2006.042424v1
Myalgic Encephalomyelitis (ME):
A
review with emphasis on key findings in biomedical research.
J Clin Pathol. 2006 Sep 1;
Hooper M.
University of Sunderland, United Kingdom.
[Epub ahead of print]
This review examines research findings in ME in the light of the current
debate about this multiple symptom, multi-organ, multi-system illness and
the conflicting views in medicine. These issues cannot be separated from
the political opinions and assertions that conflict with the science and
medicine and will be part of this review since they have enormous
consequences for scientific and medical research, patients, clinicians,
carers, and policy makers.
PMID: 16935967 [PubMed - as supplied by
publisher]
http://jcp.bmjjournals.com/cgi/content/abstract/jcp.2006.042408v2
|

Nieuwe kamervragen Annemarie
Turtelboom
m.b.t. evaluatierapport
referentiecentra-CVS België

Ongeveer 10% van mensen met
een
EBV-, Q fever- of Ross
River-infektie
is na 1 jaar CVS-patiënt
|
Circa
12% van de mensen met een aantoonbare Epstein-Barr-virus
(Pfeiffer), Coxiella Burnetti (Q fever, Q-koorts) en het Ross
River-virus-infektie ontwikkelt na een jaar CVS.
Of
iemand wel of geen CVS "kreeg" (ik krijg liever wat anders) hing nauw
samen met de hevigheid van de initiële infektie (de ernst van de infektie
aan het begin) en had weinig tot geen relatie met geslacht, leeftijd,
opleiding of psychologische faktoren.
Als
een studiegroep met veel psycheuten dat konstateert, moet het wel waar
zijn...
Vreemd
genoeg (of niet?) werden andere vaak genoemde intracellulaire pathogenen,
zoals Mycoplasma, Chlamydiae, Brucella, Bartonella niet onderzocht.....
Bij
mensen die niet aan de metingen deelnamen, maar zelf hun
gezondheidstoestand rapporteerden (de zwaardere gevallen?), was maar
liefst 1/3 na een jaar CVS-patiënt!
Gezien
de kans dat iemand CVS-patiënt wordt, minstens 1 op 9, wordt het de
hoogste tijd dat huisartsen/specialisten deze infekties vanaf het begin
serieus gaan nemen....
Stellen dat EBV/Pfeiffer een onschuldige infektie is, getuigt van gebrek
aan kennis!
|
Post-infective
and chronic fatigue syndromes
precipitated by viral
and non-viral pathogens: prospective cohort study
BMJ 2006;333:575 (16 September)
Ian Hickie,
psychiatrist,
Tracey Davenport,
biostatistician,
Denis Wakefield,
immunologist,
Ute Vollmer-Conna, psychologist,
Barbara Cameron,
research fellow,
Suzanne D Vernon, molecular virologist,
William C Reeves,
epidemiologist,
Andrew Lloyd,
infectious diseases physician.
doi:10.1136/bmj.38933.585764.AE
Published 1 September 2006
Objective
To delineate the risk factors, symptom patterns, and
longitudinal course of prolonged illnesses after a variety of
acute infections.
Design
Prospective cohort study following patients from the time
of acute infection with Epstein-Barr virus (glandular fever),
Coxiella burnetii (Q fever), or Ross River virus
(epidemic polyarthritis).
Setting
The region surrounding the township of Dubbo in rural
Australia, encompassing a 200 km geographical radius and 104
400 residents.
Participants
253 patients enrolled and followed at regular intervals
over 12 months by self report, structured interview, and clinical
assessment.
Outcome measures
Detailed medical, psychiatric, and laboratory evaluations
at six months to apply diagnostic criteria for chronic
fatigue syndrome. Pre-morbid and
intercurrent illness characteristics recorded to define
risk factors for chronic fatigue syndrome. Self reported
illness phenotypes compared between infective groups.
Results
Prolonged illness characterised by disabling fatigue,
musculoskeletal pain, neurocognitive difficulties, and mood
disturbance was evident in 29 (12%) of 253 participants at six
months, of whom 28 (11%) met the diagnostic criteria for chronic
fatigue syndrome. This post-infective fatigue syndrome phenotype
was stereotyped and occurred at a similar incidence after each
infection. The syndrome was predicted largely by the severity
of the acute illness rather than by demographic, psychological,
or microbiological factors.
Conclusions
A relatively uniform post-infective fatigue syndrome
persists in a significant minority of patients for six months
or more after clinical infection with several different viral
and non-viral micro-organisms. Post-infective fatigue syndrome
is a valid illness model for investigating one
pathophysiological pathway to chronic fatigue syndrome.
|
Samenvatting:
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&
dopt=AbstractPlus&list_uids=16950834&query_hl=2&itool=pubmed_docsum
Uitgebreid studieverslag:
http://bmj.bmjjournals.com/cgi/content/full/333/7568/575
|

Presentatie nieuw boek Luc
Saffloer
|
Binnenkort zal er een nieuw boek van Luk Saffloer verschijnen
(voor
meer informatie over dit boek:
klik hier).
Het
boek naar verwachting donderdag 28 of vrijdag 29 september in de
boekwinkel verkrijgbaar zijn (ook in Nederland, FT?).
De officiële voorstelling van het boek is
op 2
oktober om 11:00 in de pijnkliniek van het AZ-VUB (Akademisch
Ziekenhuis-Vrije Universiteit Brussel) te Jette, Brussel.
Diezelfde maandagochtend (2 oktober) is Saffloer te gast bij Fried'l
Lesage op Radio1 in "Het beste moet nog komen" (21:00-22:00 uur).

Verder
signeert hij op de Boekenbeurs op woensdag 1 november van
13:30-16:30 en op 2 donderdag 2 november van 17.30-20:00 uur.
Diezelfde avond wordt Saffloer om 20:00 geïnterviewd in zaal Retorica
(klein) geïnterviewd over CVS en het boek.
Daarna
volgen twee signeerdagen:
op
zaterdag 4 november van 13:30 tot 16:30 en op zondag 5 november van 13:30
tot 16:30.
Meer
informatie over de boekenbeurs:
www.boekenbeurs.be.
bron:
http://www.cvs-fibro-monster.be.
|

Patent dr. Gow en dr.
Chaudhuri: diagnose en behandeling
|
Status patentaanvraag???
|
MATERIALS
AND METHODS
FOR
DIAGNOSIS AND
TREATMENT
OF CHRONIC FATIGUE
SYNDROME
|
Samenvatting patent
|
Publication
number:
|
WO2006082390 |
|
Publication
date: |
2006-08-10 |
|
Inventor: |
GOW JOHN (GB); CHAUDHURI ABHIJIT (GB) |
|
Applicant: |
UNIV GLASGOW (GB);
GOW JOHN (GB); CHAUDHURI ABHIJIT (GB) |
|
Classification: |
|
|
-
international: |
C12Q1/68;
G01N33/53; C12Q1/68; G01N33/53; |
|
Application
number: |
WO2006GB00332
20060201 |
|
Priority
number(s): |
GB20050002042
20050201 |
|
|
|
Abstract of
WO2006082390 |
| |
|
The invention relates to materials and methods for
diagnosis and treatment of chronic fatigue syndrome/myalgic
encephalitis. A number of genes are identified which are expressed at
abnormal levels in patients affected by CFS/ME as compared to normal
healthy individuals.
These genes include those encoding
defensinα1,
haemoglobin γ,
CXCR4, tubulin beta 1, serine/threonine kinase 17B, HLA DRss4 and
prostaglandin D2 synthase.
The genes identified provide objective disease
markers that may be used in diagnostic tests to support the diagnosis
of CFS/ME or for monitoring the effectiveness of therapy.
They also provide a rational basis for classifying
CFS/ME patients according to the biochemi-cal
lesion underlying their symptoms and enable provision of appropriate
targeted therapies. |
Behandeling (volgens het patent van
Gow en Chaudhuri):
1
Corticosteroïden en/of antibiotika
2
Anti-oxidanten, met name t.b.v. het afremmen van COX-II.

bron:
http://v3.espacenet.com/origdoc?DB=EPODOC&IDX=WO2006082390&F=0&QPN=WO2006082390
|

Studie dr. Jonathan Kerr
schetst
de stand van zaken
genenaktiviteit-studies en
de prioriteiten voor onderzoek
de komende jaren
Onlangs verscheen in the Journal of Clinical
Pathology een artikel van de hand van dr. Kerr (klik
hier voor de samenvatting), waarin hij
-
de stand van zaken, met name rond zijn eigen
studies, samenvat en
-
de prioriteiten voor research in de komende jaren
uit de doeken doet.
I Genenaktiviteit-studies
Kerr
onderkent t.a.v. zijn eigen genenaktiviteits-onderzoek
drie fasen.
In
fase 1 (die nagenoeg afgerond is) is de genenaktiviteit van 25
M.E./CVS-patiënten met die van 25 kontrolepersonen (gezonde mensen)
vergeleken. Doel van fase 1 was het verkrijgen van een "genenaktiviteit-profiel"
dat karakteristiek is voor M.E./CVS.
Twee
belangrijke konklusies uit deze fase:
-
Een
deel van de afwijkende genenaktiviteit heeft betrekking op genen waarvan
de funktie nog onbekend is (normaal wordt de genenaktiviteit bepaald met
behulp van een "standaardsjabloon" van leveranciers, de standaard
microarrays).
-
De
"kunst" is genen met afwijkende genenaktiviteit (overproduktie of
onderpro-duktie) te groeperen op basis van centrale funkties , bijv.
energieproduktie.
De
genen die door dr. Kerr in fase 1 gevonden zijn, hebben met name
betrekking op:
-
de
energieproduktie in de mitochondria,
-
het
afweersysteem (de meeste genen) en
-
de
"aansturing" van de produktie van eiwitten op basis van genen (en dan met
name transkriptie en translatie), mogelijk omdat pathogenen genen
misbruiken.
Tevens
duiden de resultaten van het onderzoek (fase 1) op virusinfekties. In het
ver-volgtrajekt (fase 2 en 3) zullen 28 kandidaat-pathogenen verder
bestudeerd worden.
In
fase 2 moeten het genen-profiel uit fase 1 getest worden op een grote
groep M.E./CVS-patiënten, mensen die aan de CVS-kriteria voldoen maar nog
geen 6 maanden ziek zijn, gezonde mensen en mensen met andere
ziektes/aandoeningen.
In
fase 3 wordt van een kleine groep M.E/CVS-patiënten regelmatig het
genen-profiel vastgesteld. Ook wordt bekeken of er een direkt verband is
met specifieke klachten.
Het doel
Het
doel van bovenstaand projekt (fase 1, 2 en 3) is het ontwikkelen van
zogenaamde biomarkers: een eenvoudige
bloedtest om snel en eenduidig M.E./CVS vast te stellen.
II Eiwit-studies
Naast
de biomarkers op basis van afwijkende genenaktiviteit houdt dr. Kerr zich
bezig met biomarkers op basis van afwijkende soorten/hoeveelheden
eiwitten.
Dit
omdat sommige afwijkingen niet in afwijkende genenaktiviteit terug te
vinden zijn.
Hoe
kan dat?
Simpel
geformuleerd: eiwitten worden op basis van een recept,
produktievoorschrift, voor die eiwitten aangemaakt. Het recept ligt vast
in de genen. De genenaktiviteit (produktie-omvang) wordt na de eerste
tussenstap gemeten. Bij de vijf resterende pro-duktiestappen kan er echter
nog van alles misgaan. Ook bij het samenvoegen van de ingrediënten
(eiwitten) voor de maaltijd 9de eiwitten) kan er nog van alles misgaan.
Voor
meer informatie over genen en de aanmaak van eiwitten:
klik hier.
III Therapie/behandeling
Op
basis van de resultaten uit I en II zal dr. Kerr potentiële behandelingen
gaan testen (als de financiën dat toelaten!!). Kandidaten die volgens dr.
Kerr. veelbelovend zijn:
Opmerking FT m.b.t. behandeling:
Gezien
de resultaten andere studies lijken voorgestelde therapieën niet op
iedereen van toepassing. Bovendien zal vaak ook iets aan de oorzaak gedaan
moeten worden. Anders blijft het waarschijnlijk dweilen met de kraan op.
Als pathogenen, bijvoor-beeld mycoplasma's, een Th2-reaktie blijft
uitlokken, heeft het vermoedelijk geen zin de Th1-Th2-shift te herstellen,
als de onderliggende infektie niet bestreden wordt.
Opmerkingen FT m.b.t.
genenaktiviteit-markers:
Patiënten/verenigingen vestigen soms al hun hoop op zogenaamde
genen-markers.
Niet
om mensen hun illusie te ontnemen, maar om valse hoop te voorkomen....
Genenaktiviteit-markers hebben, vanuit hun aard, grote beperkingen,
bijvoorbeeld:
-
Er kan
na de eerste produktiestap nog van alles mis gaan .
-
Ook na
afloop van de produktie van het betreffende eiwit (bij het samenvoegen van
de ingrediënten) kunnen zaken in het honderd lopen.
-
De
afwijkende genenaktiviteit verschilt sterk per persoon (bijv. afhankelijk
van specifieke infekties, specifieke klachten)
-
De
afwijkende genenaktiviteit kan sterk in de tijd fluktueren.
-
M.E./CVS-patiënten hebben bij hun geboorte andere genenaktiviteit
("erfelijke ziekte").
-
etc.
Kortom
de kans is vrij klein dat er een afwijkend genenprofiel voor alle
M.E./CVS-patiënten gevonden kan worden. Uit het samenvattende overzicht in
deze studie blijkt dat nog niet een keer dezelfde afwijkende
genen-aktiviteit gevonden is (zie figuur hieronder). Dat heeft niets met
de kwaliteit van de onderzoekers of het onderzoek te maken, maar meer met
de aard van het onderzochte.
Voor
uitgebreide kanttekeningen bij de waarde van genenaktiviteit-studies:
klik hier.
Wat
genenaktiviteit-studies ons wel kunnen leren is, in welke lichaamsfunkties
of biologische deelsystemen het, bij (een deel van) de M.E./-CVS-patiënten
fout gaat.
Afwijkende genenaktiviteit vertellen ons waar het probleem gezocht moet
worden.
De kernvraag blijft natuurlijk:
Wat veroorzaakt die afwijkende genenaktiviteit?
Samenvatting genenaktiviteit-studies die tot nu toe uitgevoerd zijn:

|

Vlaamse kongres over
fibromyalgie
|
Vlaams Congres voor Fibromyalgie
Datum:
Zaterdag 14 oktober 2006
Lokatie:
Antwerpen
Georganiseerd door:
Vlaamse Liga voor Fibromyalgie-Patiënten (VLFP)
Programma
·
9.00 u -
Onthaal
·
10.00 u -
Verwelkoming door de voorzitter
·
10.15 u - Dr.
Coucke, endocrinoloog
Belang van hormonen : voeding in immuniteit
·
11.00 u -
Vraagstelling
·
11.15 u -
Pauze
·
11.30 u -
Mieke Vermeulen, psychologe
Slaapproblemen bij chronische patiënten
·
12.15 u -
Vraagstelling
·
12.30 u -
Broodjeslunch
·
13.30 u -
Prof. De Meirleir, sportarts
FM - Onderliggende mechanismen en aansluitende therapie
·
14.15 u -
Vraagstelling
·
14.30 u -
Pauze
·
14.45 u -
Christine Leyns, voedings- en gezondheidsconsulente
Fibromyalgie en voeding - Een praktische leidraad
·
15.30 u -
Vraagstelling
·
15.45 u -
Einde
bron:
http://www.fibromyalgie.be/content/view/76/68.htm |

Nieuw boek van Luc Saffloer
verschijnt binnenkort
|
Binnenkort
verschijnt er een nieuw boek van Luc Saffloer,
die eerder het indrukwekende
"Te
moe om te sterven"
over
leven met M.E./CVS schreef (klik
hier) en
dit
voorjaar het debat met prof. van Houdenhove
op de Belgische tv
glansrijk won (klik
hier).
|
Titel: Genoeg!
Een jaar als geen ander.
Auteur: Luk Saffloer
Uitgeverij: Davidsfonds/Leuven
Prijs: € 16,50 ?
Verkrijgbaar eind september 2006 in de
winkel.
Iemand bewust pijn doen lijkt vandaag
'normaal'
als je het dagelijks nieuws volgt.
Maar spreken over pijn en aanhoudende
vermoeidheid
die ons hulpeloos maakt, is een nieuw taboe
geworden.
We sluiten onze oren voor de noodkreet van
lijdende mensen en zien alleen nog ons
zelf.
Mensen zijn bang voor mede-lijden.
Bang voor het ravijn van de pijn.
In "Genoeg! Een jaar als geen ander"
onthul ik het donkerste jaar uit mijn leven
(lente 2005 tot lente 2006).
Ik beschrijf in het boek de plotse
aftakeling en de de dood van mijn vader.
Hij was altijd mijn sterk voorbeeld
geweest, omdat hij mijn zieke moeder,
die eveneens jarenlang aan CVS en
fibromyalgie leed,
tot aan haar dood liefdevol bleef
verzorgen.
| | |